Recensie: Moge de ware Erasmus opstaan

In alles streefde de humanist Erasmus (1469-1536) het vrije denken na. Dat was revolutionair in zijn tijd, des duivels zelfs, en streek zowel starre katholieken als lutheranen tegen de haren. Eeuwenlang ontbrak een holistisch begrip van zijn werk en drijfveren. Historica Sandra Langereis brengt ons met Erasmus. Dwarsdenker behoorlijk dichterbij.  

 
Door Tristan Vanheuckelom 

Een frisse blik op Erasmus komt geen moment te vroeg. Johan Huizinga deed haast een eeuw geleden met zijn klassieke voorstudie Erasmus (1924) een poging. Die vond hij zelf echter ontoereikend, diepgaandere studie was vereist. Hij beschikte natuurlijk niet over de berg aan Erasmus’ brieven die historici afgelopen eeuw konden inzien. Gewapend met deze en andere nieuwe inzichten biedt Langereis’ interpretatie geen vrijblijvend voetbad in Erasmus’ wereld (innerlijk en uiterlijk), maar een heuse onderdompeling. Dat zwaard snijdt aan twee kanten. Zulke toewijding ontlokt enerzijds waardering, maar kan ook duchtig afschrikken – zelfs de toegewijde lezer zou even weifelen in aanblik van deze bijna achthonderd pagina’s tellende pil.  
Die vrees blijkt ongegrond. De erudiete biografe wendt een vlotte vertelstijl en lichtjes archaïsch taalregister aan die naadloos aansluiten op haar onderwerp. Een meer aannemelijke Erasmus kristalliseert zich spoedig; zijn status als meest eminente humanist die de Lage Landen ooit hebben voortgebracht blijft intact – en wordt zelfs kracht bijgezet – maar krijgt een menselijker, minder abstract gelaat. Uiteindelijk zat de vaak van geld verstoken Erasmus net als zijn medemens – waar hij nu eens ludiek dan weer brutaal de draak mee stak – vast in een nimmer eindigende rat race. Aangezien auteurs destijds niets terugzagen van de opbrengsten van hun boeken, was Erasmus ondanks zijn roem en resem bestsellers afhankelijk van mecenassen en klerikale postjes. Bedelen was hem daarom niet vreemd. Om in dat klimaat te gedijen, met maximaal behoud van identiteit en rein geweten, deed hij beroep op de ambivalentie van de literatuur: ‘Hij maakte de feiten tot fictie. Het was geen fantasie wat hij bedreef. Waar hij van hield en waar hij heel erg goed in was (..) was de werkelijkheid tot op ongrijpbare hoogten uitvergroten door er literatuur van te maken. Hij vermomde feiten met overdrijvingen, met hyperbolen, met ironie. Omdat hij het kon. Omdat hij wist hoe dat moest. En omdat hij wist wat voor effect dat had op het publiek.’ 

Mits in dialoog met niet alleen Latijnse, maar ook Griekse en Hebreeuwse literatuur was beschaving volgens hem voor de mens binnen handbereik. Ook de Bijbel behoefde zulk taalkundig onderzoek. Die was immers door feilbare mensen geschreven, veelvuldig vertaald en gekopieerd. Van zodra Erasmus met zulk bijbelwetenschappelijk werk naar buiten kwam en daarnaast ook weigerde om openlijk Maarten Luther te bekritiseren, kon hij zich niet meer achter zijn fictie verbergen. Gezaghebbenden binnen de Kerk maakten hem tot een paria. Ook zijn vrienden ontvielen hem één voor één, met de martelaarsdood van zielsverwant Thomas More als pijnlijk nadir. Zoals wel vaker het geval is met de groten, zou pas na Erasmus’ dood blijken hoe vernieuwend hij wel niet was geweest. Even eigenzinnig als de man zelf openbaart Dwarsdenker zich als een testament aan zijn blijvend belang.  

Cover Erasmus: dwarsdenker van Sandra Langereis

Boekgegevens
Sandra Langereis, Erasmus. Dwarsdenker. Een biografie, De Bezige Bij, 784 pagina’s (€ 39,99) 

Benieuwd geworden? Bestel Erasmus: Dwarsdenker bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht. 

Berichten gemaakt 5323

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven