Jan Kloeze & Robert Brouwer over het schrijversleven na de vakschool.

Afstuderen op een roman

Robert Brouwer (59) en Jan Kloeze (64) studeerden in respectievelijk 2021 en 2023 af aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Kloeze deed dat met zijn roman Starfighter, Brouwer met zijn novelle Café Terminus. Hoewel ze elkaar nooit ontmoetten, kwamen de twee alumni na de studie met elkaar in contact en bespraken ze vooral hoe meedogenloos het schrijversleven na de Schrijversvakschool is.

door RIEMER DE VRIES

Kloeze wist al langer dat hij kon en wilde schrijven. Op de middelbare school schreef hij voor de schoolkrant en later waagde hij zich ook aan fictie. Een tijd lang kon hij hier en daar wat geld verdienen met zijn korte verhalen, al hield het niet over. ‘Ik had een vriendin en we wilden een huis huren. Op den duur werd het ongemakkelijk dat ik op haar inkomen leefde. Toen ik daarna in de journalistiek terecht kwam, is het schrijven langzaam uitgefaseerd.’ Brouwer ontdekte pas op latere leeftijd dat hij iets wilde doen met schrijven, toen hij tot zijn verbazing derde werd in een schrijfwedstrijd. ‘Dat stimuleerde me om ermee door te gaan. Eindelijk ontdekte ik iets waar ik talent voor had, iets waar ik bovendien lol in had.’ Toen ze zich inschreven voor de Schrijversvakschool, was het schrijverschap voor Kloeze dus een oude liefde die hij nieuw leven inblies, maar voor Brouwer was het een kwestie van noodzaak: ‘Ik dacht, als ik nog iets wil met dat doelloze leven van me, moet ik maar eens een nieuwe stap gaan zetten. Het was een keuze voor mijzelf.’

Oudste van de groep

Tijdens de vier jaar durende opleiding kwamen de auteurs in een gevarieerd gezelschap terecht, waarin beide heren in hun respectievelijke groep de oudste waren. ‘De meesten waren een stuk jonger dan ik, maar was ik de alleroudste? Waarschijnlijk wel. Gelukkig was ik jong van geest, dan valt het niet zo op’, aldus Brouwer. Ook Kloeze staat niet te veel stil bij zijn leeftijd. Sterker nog, hij denkt dat hij Starfighter niet had kunnen schrijven toen hij twintig was. ‘Toen ik jonger was, had ik niet de bagage die nodig is om een gelaagde roman te schrijven. Als je ouder bent, heb je wat meer te vertellen.’ Zowel Kloeze als Brouwer vond vooral de interactie met andere studenten erg inspirerend. ‘Wat me opviel is dat iedere student een eigen stem en stijl ontwikkelde. Er is geen sprake van een literaire mal waar je doorheen wordt gehaald, zoals sommige oudere auteurs soms denken. Dat is onzin. Het is daarom erg inspirerend om met medestudenten in een klas te zitten, om het werk van anderen mee te maken’, aldus Kloeze. Voor Brouwer was de samenwerking met andere studenten soms ook confronterend. ‘Zij begonnen anders aan een verhaal, vaak met een gedetailleerde synopsis. Ik begreep niet hoe ze dat deden. Ik verkeerde altijd in grote angst: wat nu weer te schrijven?’

Positieve woorden

Beide mannen hebben vooral positieve woorden over hun ervaring op de Schrijversvakschool. Kloeze wist onder begeleiding van ervaren auteurs als Nico Dros en Stephan Enter zijn journalistieke neiging om alle details te openbaren in te dammen. ‘Ik schrijf makkelijk, maar daardoor soms ook te veel. Nico Dros wees me daarop en ik was het wel met hem eens. Daarna heb ik kritischer kunnen kijken naar mijn proza. Minder als journalist, meer als schrijver.’ Brouwer leerde dat hij voor zichzelf moest schrijven en niet voor een ander. ‘Ik leerde dat niemand op je verhaal zit te wachten, dat ik het voor mezelf moest doen.’ Brouwer besloot Café Terminus dicht bij zichzelf te houden. ‘In het hoofdpersonage Martin Molle herken ik mijn eigen passiviteit, onvervulde verlangens en gefantaseer. Ik gooi er veel van mezelf in, meer dan anderen wellicht.’

Frustraties

Hoewel ze elkaar nooit ontmoetten, kwamen Kloeze en Brouwer na hun afstuderen met elkaar in contact en spraken ze online over hun frustraties met het uitgeefproces. Want hoewel ze positief zijn over hun ervaring met de Schrijversvakschool, zijn ze het eens dat het schortte aan begeleiding bij het uitgeven van hun afstudeerwerk. ‘Dat is me wel tegengevallen van de Schrijversvakschool’, zegt Kloeze. Ik begrijp dat uitgeverijen veel bagger toegestuurd krijgen, maar ze maken geen onderscheid tussen een gewogen product van een afgestudeerde schrijver, en een amateur die zijn miserie in een manuscript kwakt. In dat spanningsveld had ik gehoopt dat de Schrijversvakschool een grotere rol zou vervullen.’ Beide heren hebben hun werk uiteindelijk (grotendeels) in eigen beheer uitgegeven – Brouwer bij zijn eigen uitgeverij Finisterre, Kloeze bij Palmslag uit Groningen. Hoewel zelfpublicatie Brouwer veel vrijheid bood, bracht het ook de nodige moeilijkheden met zich mee. ‘Voor veel bladen en websites moet een boek uitgegeven zijn door een gevestigde uitgeverij voordat ze een recensie schrijven. Dat terwijl op Literair Nederland nota bene een grote advertentie van de Schrijversvakschool in beeld verschijnt. Ik vind dat het om de literaire kwaliteit moet gaan, niet om het al dan niet “erkend” zijn door een uitgeverij.’ Desondanks zegt Brouwer niets te klagen te hebben. Café Terminus ontving positieve reacties en belandde bovendien op de shortlist van de Hans Vervoort-prijs.

Ambities

Over de vraag of ze nog schrijfambities hebben, reageren de mannen verschillend. ‘Zodra de drukte van dit boek voorbij is, ga ik me volledig richten op mijn tweede roman’, aldus Kloeze. Brouwer heeft meer twijfels over zijn toekomst. ‘Helaas en vreemd genoeg word ik opnieuw gehinderd door het idee dat ik helemaal niet kan schrijven en ook niets te melden heb. Misschien nog wel sterker dan voor mijn debuut. Kortom: weer een barrière die geslecht moet worden. Want er moet geschreven worden.’

Robert Brouwer, Café Terminus,

Finisterre, 156 p. (€ 20,00)

Jan Kloeze, Starfighter,

Palmslag, 223 p. (€ 22,50)

Berichten gemaakt 5315

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven