Foto’s uit het verleden

In Hoe alles moest beginnen leven Thomas en Lucia meer hun eigen fantasiewereld dan in de werkelijkheid. Ook voor auteur Thomas Verbogt speelt het verzonnen leven een belangrijke rol. ‘Ik verzin geen dingen om te liegen, maar om alles een andere betekenis te geven: mooier, geheimzinniger en spannender.’

Als ik Verbogt ontmoet, blijkt dat de auteur al lang een boek over het verzonnen leven wilde schrijven. Dat idee veranderde in iets concreets toen hij op straat twee mensen tegenkwam. ‘Ik liep in mijn geboortestad Nijmegen en daar zag ik Lucia en Thomas lopen. Ze waren een jaar of zestig en hadden al een heel leven achter zich.’ Terwijl hij dit moment meemaakte, begon hij in zijn hoofd al met schrijven. ‘In de trein terug naar Amsterdam wist ik dat het boek zou bestaan uit vier belangrijke periodes waarin je de twee hoofdpersonen volgt.’

Je maakt dan ook eerst kennis met de zesjarige Thomas en Lucia. Ze ontmoeten elkaar als ze in dezelfde straat komen wonen. Voordat Thomas haar ontmoette was hij een gesloten kind, maar met Lucia aan zijn zijde bloeit hij helemaal op. Totdat ze aan het einde van de bassischool naar Italië verhuist en ze afscheid van elkaar moeten nemen. Vervolgens beleef je hoe zij als twintigers, veertigers en zestigers aan elkaar blijven denken en moeite hebben om zich helemaal van de ander te ontworstelen.

Aangezien de mannelijke hoofdpersoon Thomas heet, hebben veel mensen moeite om de auteur los te zien van het gelijknamige karakter in het boek, vertelt Verbogt. Het is dan ook lastig om precies aan te wijzen wat er werkelijkheid en fictie is in zijn werk. ‘Ik wil dat niet verzwijgen, maar als ik jou iets vertel over hoe deze ochtend is verlopen, terwijl ik dat voor het grootste deel bedenk, wat doet dat ertoe?’

Deze verwarring wordt nog eens versterkt wanneer de fictieve Thomas als kind een ziekenhuisopname meemaakt, iets dat ook in het leven van de schrijver is gebeurd. ‘Een paar dagen voor mijn driejarige verjaardag werd ik in het ziekenhuis opgenomen met een ernstige ziekte. Ik lag in een soort couveuse en mijn ouders mochten niet bij mij komen. Dat was voor mij het allerergste, dat ik van hen afgesneden was.’ Toen de auteur na deze gebeurtenis weer thuis was, werd fantaseren steeds belangrijker, omdat hij zich verraden voelde door de werkelijkheid. ‘Ik kon nog niet schrijven, maar ik tekende verhaaltjes en het liefst zat ik op mijn kamertje. Het ging er niet om dat mijn rol in de wereld die ik bedacht mooier was, maar dat het fascinerender en droomachtiger was dan het gewone leven.’ Die verzonnen wereld is voor de auteur altijd een grote rol blijven spelen. ‘Toen mijn zusje vijfentwintig jaar geleden in Athene ging wonen, vroeg ze om haar af en toe een brief te sturen. Als ik bij haar bezoek was en ze dingen vroeg over wat ik geschreven had, bleek dat ik er dingen bij had bedacht. Ik verzin geen dingen om te liegen, maar om alles een andere betekenis te geven: mooier, geheimzinniger en spannender.’

Naast de dunne scheidslijn tussen fictie en werkelijkheid gaat Hoe alles moet beginnen ook over wat je uit het verleden meeneemt aan herinneringen en personen. ‘Er zijn mensen met wie je iets heel intens meemaakt, zoals een vriendschap of een liefde. Sommige van hen zie je nooit meer, terwijl je iets heel essentieels gedeeld hebt. In het boek proberen Thomas en Lucia deze momenten zoveel mogelijk vast te houden. Uiteindelijk zijn er maar een paar momenten in je leven die ertoe doen,’ gelooft Verbogt. ‘Als je weet dat je doodgaat en je deze beelden nog eens afspeelt, zijn dit vast geen spectaculaire voorstellingen, maar is het iets innigs of liefdevols.’ Deze belangrijke herinneringen hoeven niet altijd verbonden te zijn aan mensen. ‘Soms sta ik in een stad of een landschap en dan denk ik: dit wil ik nooit meer vergeten. Dan ben je bezig om je eigen herinneringen te regisseren.’

De vraag rijst of mensen dit soort momenten tegenwoordig nog zo intens meemaken, omdat ze alles vast willen leggen met hun mobiele telefoon. Zo is er letterlijk een barrière gekomen tussen het moment en de persoon die het beleeft. ‘Wat je meemaakt, moet je je eigen maken. Daar gaat Hoe alles moest beginnen ook over. Je maakt er geen foto van, maar het moment of de herinnering moet in jou gaan leven. Ik heb niet het idee dat mensen die overal foto’s van maken dat doen.’ Toch had de auteur zelf ook moeite met het feit dat hij tijdens een verbouwing al zijn foto’s en muziek kwijtraakte. ’Ik had mijn spullen opgeslagen in een loods. Toen ik AT5 aanzette, zag ik die loods in brand staan met daaronder: “de brandweer laat het gebouw gecontroleerd afbranden”. Daarin waren al mijn foto’s en muziek opgeslagen, behalve mijn babyboek. Ik heb daar twee jaar iedere dag aan gedacht, omdat ik er regelmatig naar keek. Nu zie ik die foto’s nog wel, maar dan als herinnering. Als ik een vriendin van vroeger ontmoet, dan zie ik oude foto’s met haar in mijn hoofd. Of mijn herinneringen aan die beelden helemaal waarheidsgetrouw zijn, weet ik niet. Het gaat erom dat ik die gebeurtenis van vroeger weer heb geactiveerd in mijn gedachten en dat is heel prettig!’

Foto: Amke

Boekgegevens

Thomas Verbogt, Hoe alles moest beginnen, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 240 pagina’s (€ 19,99)

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie oktober 2017.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven