De vergeten schatten van Meulenhoff

Voor het tweede jaar op rij heeft uitgeverij Meulenhoff een gastcurator aangesteld om vergeten boeken op te diepen uit de Schatkamer en ze te laten heruitgeven. Deze keer is het de beurt aan Volkskrant-recensent Arjan Peters. Dat hij zijn taak vol passie op heeft gevat, blijkt wel uit zijn nawoord bij Jules Renards Peenhaar: ‘Wie niet van Peenhaar houdt, verdient een klap.’

Door Anouk Abels en Nina Visser

De meeste mensen zullen Peters kennen als Volkskrant-recensent. Al meer dan twintig jaar bespreekt hij boeken voor de krant, en hij heeft een duidelijke mening over de manier waarop een recensie geschreven dient te zijn, blijkt uit ons gesprek. Passie is het sleutelwoord, middelmaat en neutraliteit zijn saai. ‘Hartstocht, ofwel voor, ofwel tegen, maar altijd hartstocht. En niet het lauwe, laffe midden waarbij veel wordt naverteld, en drie sterren worden gegeven. Ik zie eigenlijk het liefst een of vijf sterren.’
Die hartstocht is ook aanwezig wanneer Peters het heeft over zijn gastcuratorschap bij Meulenhoff. Hij volgt hiermee Toine Donk en Daniël van der Meer van Das Magazin op, die vorig jaar boeken van Julio Cortázar, John Fante en William Travor in een nieuw jasje lieten steken. Toen het de beurt was aan Peters, hoefde hij niet lang na te denken: ‘Ik heb ’s avonds uit mijn hoofd meteen drie titels opgeschreven.’ De Schatkamer kwam er dus in eerste instantie niet eens aan te pas.

Van de boeken die hij uitkoos zijn er inmiddels twee opnieuw uitgegeven: De kaneelwinkels & Sanatorium Clesydra van Bruno Schulz en Peenhaar van Jules Renard. In november volgen Terug naar Oegstgeest van Jan Wolkers en In de bovenkooi van J.M.A. Biesheuvel. Opvallend is dat er in drie van deze boeken wordt teruggeblikt op een kindertijd. Zo beschrijft Renard in Peenhaar de wrede jeugd die hij op het Franse platteland beleefde. Peters: ‘Je voelt dat de schrijver er veertig jaar later niks van is vergeten. Al die belevenissen zijn als een kerf van een mes in zijn lijf. Daar heeft hij littekens van, die hij alleen nog maar hoeft te zien om het weer te weten.’ Toch zijn het niet de jeugdjaren an sich die deze boeken interessant maken, benadrukt hij. ‘Het gaat om wat een schrijver ermee doet. Wat Schulz bijvoorbeeld bijzonder maakt zijn die zinnen, die zo lang zijn, maar waar je toch niet in verdwaalt. De tekst is flonkerend, zit vol vergelijkingen en is heel kunstig. Een tamelijk gewone jeugd wordt bijzonder gemaakt dankzij die taal.’

Schulz, Renard, Biesheuvel, Wolkers. Peters heeft gekozen voor schrijvers die enorm van elkaar verschillen in afkomst en stijl. Wel zijn het allemaal mannen. Is dat een bewuste keuze geweest? ‘Nee,’ antwoordt hij beslist. ‘Ik kan alleen maar zeggen: het is waar, maar het is zeker niet de bedoeling. Er zijn veel vrouwelijke schrijvers waar ik goed naar zou willen kijken: Natalia Ginzburg, bijvoorbeeld.’
De vier titels die Peters heeft uitgekozen zijn als het aan hem ligt dan ook pas het begin, want er zijn nog veel meer boeken die aan hij de vergetelheid wil onttrekken. ‘Ik wil er graag om te beginnen een jaar bij. Dat heb ik al aangegeven, maar ik weet niet in hoeverre er naar me geluisterd wordt.’
Maar wat nu als hij niet volgend jaar, maar over vijftig jaar opnieuw de kans zou krijgen om een aantal boeken opnieuw te laten uitgeven? Welke titels van de huidige generatie auteurs zou hij kiezen? Het is een vraag waar Peters lang over moet nadenken. Dan noemt hij een paar namen: ‘Ik zou zeker iets van A.F.Th. van der Heijden doen. Ik zou Publieke werken van Thomas Roosenboom kiezen. Je leest het en je weet al dat het gewoon altijd zal blijven. Van de jongere generatie zou ik Sanneke van Hassel kiezen. Dat is echt een hele grote auteur van korte verhalen. En ik zou Geheime kamers van Jeroen Brouwers erbij doen, vanwege de mengeling van humor en een soort vergeefsheid.’
Peters noemt ook een wat onbekendere dichter. ‘Hij is al dood, dus het is niet de allerjongste: Jellema, C.O. Jellema. Hij heeft een aantal prachtige, klassieke gedichten geschreven en een aantal hele mooie bundels gepubliceerd bij Querido. Die zou ik dan over vijftig jaar uit de Schatkamer tevoorschijn halen, en dat mensen dan denken: O, we hebben gewoon een klassieke auteur gehad zonder dat we het wisten.’
Het gesprek komt op de vraag hoe het er tegen die tijd voor staat met het boek. Peters: ‘Het allermooiste is natuurlijk als zou blijken dat boeken er nog zijn, en dat er nog een beetje sortering en keuze is. En dat er dingen kunnen worden opgediept. Dat vind ik toch wel het mooie van boeken, dat het van die tastbare dingen zijn. Het verdwijnt niet. Altijd duikt er weer ergens een exemplaar van iets op.’ Maar hij is er niet zeker van dat dit zo blijft. ‘De suggestie is dat als een boek gedigitaliseerd is, het voor altijd behouden is. Nee. Geloof ik niet. Het is misleidend te denken dat doordat alles oproepbaar is, of online beschikbaar, het er daarom ook is. Nee. Het moet ook echt zichtbaar gemaakt worden door iemand. En dat heb je als je voor je boekenkast gaat staan natuurlijk sneller.’
Zichtbaarheid, daar gaat het om. En zichtbaar maken, zoals Peters nu doet. ‘Eigenlijk is het hele Schatkamer-idee daar ook op gebaseerd. Dat je iets tevoorschijn haalt wat er wel is, maar wat mensen vergeten zijn of dreigen te raken.’

Foto: Koos Breukel

Schulz Peenhaar In de bovenkooi Oegstgeest

Boekgegevens

  • Bruno Schulz, De kaneelwinkels & sanatorium Clepsydra, vertaling: Gerard Rasch, Uitgeverij Meulenhoff, ISBN 978 90 290 9063 6 (€19,99)
  • Jules Renard, Peenhaar, vertaling: Thérèse Cornips, Uitgeverij Meulenhoff, ISBN 978 90 290 9083 4 (€18,99)
  • J.M.A. Biesheuvel, In de bovenkooi, Uitgeverij Meulenhoff, ISBN 978 90 290 9096 4 (€19,99)
  • Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest, Uitgeverij Meulenhoff, ISBN 978 90 290 9097 1 (€19,99)

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie juli 2015

Berichten gemaakt 5323

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven