Recensie: ‘Marsjeren door de Bezette stad’

In 1920 bundelde Paul van Ostaijen zijn ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog samen in Bezette stad. Precies honderd jaar later, in 2020, is de wereld ontwricht door het coronavirus en hebben wij te maken met de grootste crisis in vredestijd. Het werk van Paul van Ostaijen roept herkenning op. In Besmette Stad formuleren Vlaamse en Nederlandse kunstenaars een eigentijds antwoord op dit poëtische meesterwerk. 

Door Nora van Ouwerkerk  

Voor het multimediale project Besmette Stad hebben Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek maar liefst vijfenzestig kunstenaars gevraagd om een reactie te geven op een gedicht uit Bezette stad. Honderd jaar na verschijning wordt de modernistische poëzie van Paul van Ostaijen op deze manier in het volle licht gezet. Daarnaast is het werk uiterst actueel. De lockdown, als gevolg van de geldende coronamaatregelen, zorgt ervoor dat de straten, net als tijdens de Eerste Wereldoorlog, leeg zijn. Bovendien ervaren wij hoe fragiel ons bestaan eigenlijk is.  
De kunstenaars die een bijdrage leveren aan deze bloemlezing bestaan uit bekende en minder bekende dichters. Onder andere Ilja Leonard Pfeijffer, Ellen Deckwitz, Hannah van Binsbergen en Lieke Marsman zijn vertegenwoordigd. Sommige kunstenaars geven een reactie op een bepaald gedicht uit Bezette stad, anderen ‘marsjeren’ door de gehele Bezette stad. Uiteindelijk komt ieder gedicht van het werk van Paul van Ostaijen aan bod. In Besmette Stad zijn de originele werken ook opgenomen, dit geeft de lezer een duidelijk overzicht.  

(On)bekend gevaar 
In veel gedichten is het een feest der herkenning. Het begin van de lockdown kenmerkte zich door hamsterende supermarktbezoekers. Jeroen Olyslaegers geeft dit treffend weer in Woe-Han

‘De Colruyt, den Delhaize, den Albert Heyn, en de Carrefour  
Maar dat blijft maar duren, gij, hoer! Hoeveel schijten kan een mens! 
Een heel kar vol papier…  
De hamsteraars, daar kijkt ge toch op neer?  
Onverantwoord en immoreel!’  

Het herkennen van situaties zorgt ervoor dat de gedichten in Besmette Stad erg toegankelijk zijn voor lezers die nog niet zo vaak met poëzie in aanraking zijn gekomen. De herkenning geeft de lezer houvast tijdens het lezen van het gedicht.  
In Besmette stad / Bedreigde stad geeft Lucky Fonz III antwoordt op Van Ostaijens gedicht Bedreigde stad. Hij laat zien dat gedurende de Eerste Wereldoorlog grote granaten het gevaar weergaven. Tijdens de coronapandemie is het gevaar niet zo duidelijk te herkennen:  

‘Maar nu is het precies andersom  
Je kan ze niet zien met het blote oog 
Zelfs niet als ze landen 
Op het blote oog  
Met de woorden ‘het zal mijn tijd wel duren’ 
Zijn ze per duizenden af te vuren 
En dan die landmijnen 
Die nieuwe kleine 
Op het hengsel van een mandje 
Een deurklink, een randje’ 

Tegenstrijdig 
De kunstenaars deinzen er tevens niet voor terug om belangrijke thema’s aan te snijden. Willie Darktrousers en Younes van den Broeck doen dit bijvoorbeeld in Spookstad wanneer zij schrijven over het klappen voor de zorgmedewerkers: ‘Stop met klappen, fix flappen als de zuster uw idool is / Zij redden uw leven maar we steunen ze symbolisch’. 
In het stripgedicht Morgen gaan we in lockdown kaart Aya Sabi de tegenstrijdigheid van het menselijk handelen tijdens de coronapandemie aan: ‘Dan zoeken we naar betekenis in deze verlengde dagen, in de mieren tussen het geboren gras tussen de keien tussen de gebouwen van de grootstad. We zeggen: de natuur herstelt zich weer, we bakken zuurdesembrood en delen artikelen over hoe de lucht schoner wordt en openen daarna een nieuw tabblad om onze postcorona vliegvakantie te plannen.’ 

Hierdoor vraag ik mij, net als Spinvis en Saartje van Camp in Goed nieuws, af of wij daadwerkelijk iets van deze pandemie hebben geleerd of dat wij in de toekomst gewoon verder zullen leven zoals wij dat voor de uitbraak van het coronavirus deden: ‘En toen alles voorbij was, gingen de mensen voorzichtig hun huisjes weer uit. De straten leken weer gewoon als vroeger… De vrouw van de molenaar knipperde tegen het zonlicht en zei: “Ach man, kijk nou eens. De mensen dansen in de straten. Zouden we er nu wat van geleerd hebben? Echt? Zouden we er echt iets van geleerd hebben? Zou alles gaan veranderen? Gaan we nu alles anders doen, gewoon met elkaar en voor elkaar?”’ 

Boekgegevens

Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek, Besmette Stad, Uitgeverij Pelckmans, 256 pagina’s (€ 18,00)

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant, editie april 2021.  
Interesse? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht. 

Berichten gemaakt 5330

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven