Interview: Dido Michielsen

Adembenemende landschapsbeschrijvingen en miraculeuze aspecten uit de oosterse belevingswereld. Lees Heren van de thee van Hella S. Haasse of De stille kracht van Louis Couperus en je leert hoe de Nederlanders naar Indonesië keken. De roman Lichter dan ik schreef Dido Michielsen vanuit een heel ander perspectief: dat van een jonge Javaanse vrouw.  

Door Hugo Jager 

‘Ik vind het een enorme triomf,’ zegt Dido Michielsen trots over het feit dat ze met Lichter dan ik de winnaar is van de Boekhandelsprijs 2020, die afgelopen maand werd uitgereikt. De schrijfster gaf na de verschijning in september veel lezingen over de roman, vooral in boekwinkels door het hele land. ‘Ik haal daar veel voldoening uit,’ zegt ze. ‘Ik ben gaan inzien wat een ambassadeurs boekverkopers eigenlijk zijn. Zij zijn enthousiast en raden het aan. Dat moet je hebben!’ 

Geschaakte prinses
Lichter dan ik is het romandebuut van Michielsen. ‘Ik wil nooit meer iets anders,’ merkt de auteur op, die hiervoor vooral non-fictie schreef. ‘Je gaat veel meer met dat personage meeleven. Ik vond het geweldig om mensen van vlees en bloed te creëren. En dan ook nog in een periode die bij veel mensen onbekend is.’  
Het belangrijkste personage in het boek is de Javaanse Isah. Zij groeit halverwege de negentiende eeuw op in de gesloten gemeenschap van de Kraton, het vorstenverblijf in Djokja. ‘Isah is gebaseerd op mijn betovergrootmoeder. Ik weet niet hoe ze heet, maar ik heb foto’s en ken talloze familieverhalen over haar. Zij zou een geschaakte prinses zijn, die door een Nederlandse officier was opgepakt en meegenomen. Maar dat is waarschijnlijk een verzinsel. Als je voorouders niet bekend zijn, is het logisch dat je je eigen geschiedenis gaat romantiseren. Voor mij schiep dat mogelijkheden, want wat je niet weet is stof voor je roman.’  
De hoofdpersoon in het boek loopt weg uit de Kraton en zoekt haar geluk bij Gey, een Nederlandse officier. Ze krijgt twee kinderen met hem terwijl ze zijn njai is, een inlandse vrouw die een status had ergens tussen dienstbode en geliefde in. ‘Ze was naïef en dacht dat ze echt van de Hollander hield. Ze wist zeker dat het allemaal goed zou komen. Dat was niet zo raar, er waren ook vrouwen die trouwden en een goede plek in het gezin kregen.’  
 
Mannelijk gevaar
Michielsen laat over de verstandhouding tussen Isah en Gey geen misverstand bestaan als ze de njai in het boek laat verzuchten: ‘Het gevaar was mannelijk en onaantastbaar.’ ‘Ik vind het belangrijk dat mensen weten hoe benard de positie van de inheemse vrouw was,’ zegt de schrijfster daarover. ‘De kinderen moesten christenen worden. Dus kon de moeder vaak opduvelen, terwijl de kinderen een nette opvoeding kregen.’
Het fenomeen van de njai als mannelijk bezit is tot het einde van de Nederlandse overheersing doorgegaan. Michielsen relativeert de boosheid erover. ‘Wij zijn nu achteraf terecht verontwaardigd, maar het was gewoon een geaccepteerd verschijnsel toen, ook onder Indische mensen. Vrijwel elke Indische persoon stuit op een gegeven moment in zijn stamboom op een naamloze inheemse vrouw en dat was dan een njai.’ De rechten van inheemse vrouwen waren slecht, die van mannen waren niet veel beter. ‘Ook al waren het officieel geen slaven, ze werden ingezet voor de overheersers. Die konden doen en laten wat ze wilden.’ 

Koloniaal denken
Het is een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis. Maar is het noodzakelijk dat de Nederlandse staat er excuses voor maakt? ‘Natuurlijk is het fout, maar sorry zeggen is een symbolisch gebaar. Belangrijker is dat we beseffen dat we dat koloniale denken gewoon in ons kunnen hebben; het idee dat je Nederlander bent en dus eigenlijk beter dan een Indonesiër.’ De auteur benadrukt dat schaamte voor het verleden meer iets van de laatste tijd is. ‘Mijn ouders en grootouders waren ervan overtuigd dat daar in Indonesië iets moois verricht werd. Anders waren er geen bruggen en wegen geweest. Mijn moeder was dan weer Nederlands, dan weer Indonesisch, net hoe het haar uitkwam.’ Zelf voelt Michielsen een sterke band met Indonesië. ‘Veel meer dan vroeger. In mijn jeugd speelde het amper een rol. Ik was er minder mee verbonden, ik had ook nooit het gevoel anders te zijn dan de anderen. En nu ik dit boek heb geschreven en nagedacht over mijn voormoeders, voel ik dat véél meer. Een soort traditie die ik wil voortzetten.’ 

Boekgegevens

Dido Michielsen, Lichter dan ik, Uitgeverij Hollands Diep, 267 pagina’s (€ 21,99) 

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie maart 2020.

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven