In memoriam: Jeroen Brouwers

Op 11 mei van dit jaar overleed Jeroen Brouwers. Hij was niet alleen – in mijn ogen – Neerlands beste schrijver, maar ook van grote invloed op mijn eigen leven, denken en schrijven. Pakweg een maand na zijn heengaan verscheen onder zijn naam het boek Alles echt gebeurd, een collage van bijna-autobiografische schrijfsels. Het werd een prachtig afscheid. 

Jeroen Brouwers (c) Jolanda Swennen

Door Antal Giesbers 

Weer is er een datum die ik op de kalender moet noteren: 11 mei, Jeroen Brouwers, kruisje achter zijn naam. De grote schrijver is niet meer. Ik besef dat ik zijn carrière dus tot aan zijn eind toe gevolgd heb, en dat er hierna geen nieuw, origineel werk meer van hem zal verschijnen. Ik besef ook dat een flinke pilaar van de wereld waarin ben opgegroeid is afgebrokkeld.  

Brouwers was net twee jaar gedebuteerd in de Nederlandse letteren toen ik geboren werd; het duurde nog tot pakweg 1981 voordat ik kennis maakte met zijn werk. Van mijn zakgeld kocht ik toen Het verzonkene, waar ik al meteen buiten de boekhandel op een bankje in begon te lezen. Ik zat in de tweede klas van de middelbare school.  

IJzersterk geheugen 

Brouwers zelf ontmoette ik in mijn hele leven drie keer. De eerste keer signeerde hij zijn roman De Zondvloed, in Nijmegen. Dit was eind jaren tachtig. Vlak voordat ik naar de signeersessie ging, kreeg ik het bericht dat een goede vriend van mij overleden was, en dus was ik er met mijn hoofd niet helemaal bij. ‘Ik zag wel dat er met u iets aan de hand was,’ schreef Brouwers mij daar later vriendelijk over. 

Twee jaar later mocht ik hem, samen met een stagiair van de Gelderlander, in Lochem opzoeken voor een interview. Als cadeautje had ik een mooie pen voor hem meegenomen, maar toen ik hem handig mijn schrijfblok toeschoof voor een testje, noteerde hij daar: ‘Ik schrijf met potlood.’ Het stoorde Brouwers dat de lokale fotograaf nauwelijks de moeite nam voor een goed portret, en daardoor kreeg ons bezoek nog een plaatsje in zijn brievenboeken. Mijn ‘collega’ maakte een foto van ons beiden, maar die bleek onscherp. Toch: die foto werd ingelijst.       

Ik stuurde Brouwers later nog een verhaal van mijzelf toe, en in zijn aanmoedigende antwoord zei hij dat mijn verhaal wel aan hem besteed was. Ook die brief werd natuurlijk ingelijst. 

Later, véél later, het was inmiddels 2011, bezocht ik hem in Zutendaal waar hij, dicht bij de Belgische grens, afgezonderd in een boshuisje woonde. Hij zag mij toevallig bij de keukendeur rondhangen en liet mij binnen. En het eerste wat hij na twintig jaar tegen mij zei, was: ‘Ik ken u.’ Waarna ik twee uur lang zijn gast was en met vier van zijn werken, door hem persoonlijk uit zijn kast getrokken, naar huis ging. 

Brouwers had een immens archief, maar ook een ijzersterk geheugen. Dat archief van hem heb ik tweemaal gezien, beide keren gevestigd op de zolder van het huis waar hij toen woonde, met links en rechts langs de schuinte van het zolderdak lange rijen met mappen, boeken en schriften, en in het midden, voor het raam, een groot bureau. 

Dat ijzersterke geheugen van hem, daar was ik stikjaloers op. Ikzelf ben de man die sneller vergeet dan zijn schaduw, en zoiets maakt je heel onzeker in het leven. Toen ik hem vertelde dat ik werkte aan een verhaal dat Ogentroost moest gaan heten, was zijn directe reactie: ‘Huygens!’ Ikzelf kende Ogentroost als een keukenmiddeltje bij oogpijn, maar hij had direct de literaire link te pakken. Ik schaamde me. Het hielp niet dat ik, enkele maanden later, in mijn aantekeningen van het jaar ervóór zag staan: ‘Constantijn Huygens, Ogentroost’. 

Oorkonde 

Wie Brouwers gelezen heeft, verbaast dit niet: zijn literaire eruditie. Als hij in een stad of een landschap liep, dan zag hij geen huizen, velden, snelwegen of mensen: hij zag literatuur, hoe anderen over die velden en huizen hadden geschreven. Hij liep te midden van die literatuur en voelde zich ervan doordesemd. ‘Voortlopend stuit je weer op letteren, het is je welkom, je zegt: In de buurt van deze Kunstberg (waarom houd je het niet vóór je, waarom moet je er iedereen mee vervelen?), woonde een halve eeuw geleden het Hollandse Distellid Leo Leefson; nooit van gehoord nee, hij is de vergetelheid al ingezakt (je houdt het niet vóór je omdat het met jou in verband staat, alle literatuur gaat jou aan), luister je Sylvie?’ 

Ik heb Brouwers hoog zitten omdat hij mij de weg wees naar een ander soort schrijven. Zijn opvatting was er een van de hoogste lat, en, al moest ik die lat noodgedwongen lager leggen, daardoor dwong hij mij om hoger te reiken dan ik kon. Daarmee gaf hij mij een kijk op het leven – mijn leven – die mij voor altijd veranderd heeft. 

Toen ik hem in 2011 bezocht, overhandigde ik hem lekker ludiek een zelfgemaakte persoonlijke oorkonde, die ik woordspelerig De Gouden Voetspoor had genoemd. Waarmee ik hem liet weten hoe groot zijn invloed was. Vooral omdat ik vermoed dat hij zijn invloed – niet alleen op collega-schrijver maar ook op zijn lezers – fors onderschatte. 

À propos: zei dat ik Brouwers driemaal ontmoet had? Ik haalde onlangs, op zoek naar een citaat, Brouwers’ Anaïs Anaïs uit de kast. En daar vond ik, op het frontispice, in het wat hakkerige handschrift van hem zijn handtekening en een datum begin jaren negentig. En zag ik hem weer in de Amsterdamse Vroom & Dreesmann onder de kanteltrap zitten achter een stapel van zijn V&D-Boekenweekgeschenk. Hoe groot Brouwers’ invloed ook was – mijn vergeetachtigheid bleek sterker… 

Afscheid 

Brouwers schreef niet autobiografisch, maar elke persoonlijke herinnering of ervaring werd door hem veranderd, vermooid, ‘verliteratuurd’, opdat het paste in het verhaal dat hij wilde vertellen: de schrijver liegt de waarheid. Alleen daarom al moet een titel als Alles echt gebeurd met een flinke schep zout genomen worden.  

En toch… dit zijn bij uitstek de teksten waar Brouwers het dichtst aan de werkelijkheid raakt. Waarin hij het meest concreet beschrijft waar en hoe hij leefde, tot aan het adres aan toe. Met wie hij omging, welke gebeurtenissen een impact hadden op zijn leven en denken. Juist door déze teksten heen schemert het fysieke leven van de schrijver, en worden we er deelgenoot van dat hij er literatuur van máákt. Wie de schrijver Brouwers nooit ontmoet heeft, en daar nu nooit meer de kans toe heeft: dit is het dichtst dat je kunt raken aan de fysieke verschijning zelf. 

Met dit boek heeft de schrijver Brouwers afscheid genomen door nog eenmaal zijn aanwezigheid als mens én als schrijver tastbaar te maken. Daarmee is dit mijn vijfde en laatste ontmoeting met hem. Het was mooi om nog eenmaal, voor de laatste keer, de stem van de oude meester te horen. Om nooit te vergeten. ‘Ik had mij voorgenomen een bepaald oeuvre te schrijven en dat heb ik nu bijna voltooid. Daarna zal ik blij zijn als dat geritsel in mijn kop eindelijk eens ophoudt.’ 

 
Jeroen Brouwers, Alles echt gebeurd, Uitgeverij Atlas Contact, 400 pagina’s (€ 24,99) 

Dit memoriam verscheen eerder in de Boekenkrant, editie december 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5319

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven