Boekfragment: Treblinka

Op 2 augustus 1943 kwamen enkele honderden Poolse en Tsjechische Joden in Treblinka in opstand. Niet lang daarna werd het kamp ontmanteld.

Acht ‘oude’ SS’ers, 22 Duitse en Oostenrijkse agenten van de Sicherheitsdienst, zo’n 100 Oekraïense bewakers en ongeveer 800 gevangenen: dat was het hele personeelsbestand van Treblinka II. Het kamp was onderverdeeld in drie zones. De eerste zone, dat wil zeggen het gebied voor de opvang vanaf het laadperron en het gedeelte waar gesorteerd werd (het Auffanglager). De tweede zone ofwel de zone voor het kampbestuur en de woonbarakken van de Duitsers en de bewakers (het Wohnlager), waar de gestolen goederen werden gesorteerd en later ingepakt. En de derde zone, het Totenlager: de ‘doodszone’ of ook wel ‘kamp 2’ genoemd. Die drie gedeelten waren, hoewel ze nauw met elkaar samenwerkten, duidelijk van elkaar gescheiden. Wie in de opvangzone werkte, kon maar beter niet de doodszone binnengaan. In beide sectoren stonden barakken voor de gevangenen met aparte keukens. Alleen de Duitsers konden zich vrijelijk over het hele terrein verplaatsen. Vanaf een bepaald moment hadden ook alleen zij het recht om op joden te schieten. Alleen zij mochten doden. De Oekraïners werd dat recht ontnomen. Dat was de beslissing van de commandant, overigens op verzoek van de joodse gevangenen. Hij erkende dat hun argumenten overtuigend waren. De Lagerälteste ofwel de kampoudste had hem uitgelegd dat de permanente bedreiging met de dood van zo veel kanten een deprimerende uitwerking op de gevangenen had en de effectiviteit van hun werk verminderde. Om de machinerie te laten draaien zou het alleen de Duitsers veroorloofd moeten zijn om te doden. Ja, dat vond commandant Stangl wel logisch. Het recht om te doden kwam alleen de übermenschen toe. Na de oorlog werd de werking van het mechanisme van de vernietigingskampen voor veel specialisten een onderwerp van onderzoek. Bijzonder waardevol waren de bevindingen van Eugen Kogon. Als voormalig gevangene van een concentratiekamp was hij de eerste die het de ‘ideale SS-staat’ noemde. Na jaren van vallen en opstaan, van hervormingen en verbeteringen waren de Duitsers erin geslaagd een perfecte vernietigingsmachinerie te creëren. Kogon legde bijvoorbeeld uit waarom zo’n klein personeelsbestand al voldoende was om het doel te bereiken. In het geval van Treblinka praten we over de moord op 850.000 mensen! Zo’n grote verantwoordelijkheid, zo’n zware last moest voor de beulen immers wel een gigantische psychische belasting vormen, en toch kon een handvol medewerkers dat aan. In de geschiedenis van Treblinka was er maar één geval van iemand die niet geschikt bleek voor de hier geldende regels en omstandigheden.
Kogon stelde vast dat de ‘beschermafdeling’ van de NSDAP (de SS) uitsluitend bestond uit specifieke mensen van een overeenkomstig geselecteerd type, dat handelde volgens een bepaald psychologisch schema. Van hen kon gewoon niemand zijn verstand verliezen. Wat was dat voor schema? Laten we beginnen bij de geestelijke horizon van een doorsnee SS’er. Alleen een eenvoudig persoon kon functionaris van het kamp zijn. Je zou hem eerder primitief kunnen noemen. Volgens Kogon werd zijn wereldbeeld gevormd door enkele scherp gefixeerde, dogmatische, niet verwerkte, vereenvoudigde ideeën over het leven en de wereld, die een ondoordringbare schedelplaat vormden waaronder een overvloed van emoties rondwaarde.

Boekgegevens

Michal Wójcik, Treblinka 1943.Het verhaal van de opstand in het vernietigingskamp, vertaling: Goverdien Hauth-Grubben, Uitgeverij Omniboek, 320 pagina’s (€ 22,50)

Dit fragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie augustus 2020.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven