Boekfragment: De innerlijke bioscoop

Na lange tijd uitverkocht te zijn geweest, is het enige prozawerk van Hans Tentije opnieuw leverbaar. De innerlijke bioscoop bevat een intrigerende mengeling van korte, lyrische prozastukken, afgewisseld met schitterende etsen van kunstenaar Peter Bes. Deze nieuwe, herziene editie is uitgebreid met maar liefst dertien niet eerder verschenen stukken.

Hij en ik
Mijn vaders gezicht in de badkamerspiegel als hij zich schoor. Elke haal van zijn scheermes – dat hij nooit helemaal openklapte en dat hij bovendien niet bij het heft maar bij het lemmet vasthield – maakte hem herkenbaarder, zij het op een nogal ongewone manier.
De twee gezichtshelften, waarvan hij het schuim zorgvuldig verwijderde, leken slecht op elkaar te zijn afgestemd. Hij was het, ontegenzeglijk, en tegelijkertijd was hij het absoluut niet.
Dan het grijnsje dat om zijn mond verscheen wanneer hij zich gesneden had. Hij bette het wondje met een stuk aluin, plakte er een snipper van zijn Rizla-vloei op als het bloeden desondanks niet over wilde gaan. Dat half bezeerde, half verontwaardigde lachje zorgde ervoor dat zijn gezicht nog asymmetrischer leek – het vertrok het zo dat iedere samenhang, iedere gelijkenis een paar tellen lang volkomen ontbrak.
De inkeping in het lemmet, waar een duimnagel makkelijk in paste, waar duim en nagel nu overheen vielen; de onverwisselbare, onherroepelijk verwisselde trekken en trekjes in het grijs van de spiegel, dat aan alles en iedereen in de badkamer wat terneergeslagens en gebarstens gaf.
Links bleef links, rechts rechts: de scheiding in zijn schuin achterovergekamde haar en het moedervlekje onder zijn ene oog zaten aan precies dezelfde kant, en niet andersom, wat het geval zou zijn als hij mij zijn gezicht werkelijk had toegekeerd… Was er in zijn gedachten sprake van een ‘ik’ als hij zichzelf ’s morgens zo tegenkwam, of besefte hij dat er iets wrong, er iets aan schortte – keek hij misschien minder slaperig en onbevangen in de spiegel dan ik aannam, en zag hij daar toch niet eerder een soort ‘hij’? Ik weet het niet, ik weet ook niet waarom ik hem er nooit naar heb gevraagd.
Scheerzeep, kwast, een nieuw, tweebladig Gillette-mesje. De scheerkist van mijn vader, van vlak voor of na de oorlog, met het stroeve slot, de ruwe, bobbelig geworden lak. Ik draai de warmwaterkraan wijd open en zeep me in. Het licht beslagen raam van de badkamer, dat de takken van de bomen als met rijp heeft bedekt. Waziger nog is de spiegel. Met mijn mouw maak ik een opening, net groot genoeg voor mijn gezicht.
Maar even later zit die plek al weer dicht. Condens en schuim veeg ik, scheer ik beurtelings weg… Andere, oudere beelden schemeren door dit sleetse ogenblik heen, wijken, zodra ze hun vaagheid dreigen te verliezen, onmiddellijk heel ver terug.
Hij, ik, hij. Ik, ik, hij.

Boekgegevens

Hans Tentije, De innerlijke bioscoop, Uitgeverij De Harmonie, 176 pagina’s (€ 17,90)

Dit fragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie oktober 2019.

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven