Recensie: Ruïnes in de vorm van woorden

Wanneer je op vakantie gaat, bezoek je vast weleens een ruïne of monument. Sommige avonturiers gaan juist doelbewust op zoek naar vervallen of verlaten plaatsen. Dat is een activiteit die Japanners haikyo noemen. In het boek Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld neemt José Macías je mee naar nog staande, maar ook verlaten vuurtorens.
Vuurtoren van La Jument

Door Myrthe Kries

In het boek komen vierendertig vuurtorens aan bod. Sommige zijn nog steeds actief, andere zijn al decennialang een ruïne. Toch gaat het boek niet alleen over verlaten vuurtorens. Volgens Macías is ‘het een manier om een blik te werpen in de spiegel van de menselijk existentie, vragen te stellen over een leven in eenzame afzondering, te erkennen dat we om te overleven aangewezen zijn op anderen, en de verschrikkingen en heldendaden waartoe een mens in extreme situaties in staat is, te onderzoeken.’
Met deze inleiding stapelen de verwachtingen zich wel op. Ondanks dat Macías geen van de afgelegen lichtbakens van dichtbij heeft gezien, voelt het alsof je terug gaat in de tijd en er zelf bij bent. Elke vuurtoren krijgt een eigen verhaal en karakter, waardoor ze echt tot leven komen. Hoe groot of klein een vuurtoren ook is, ieder heeft een grote impact op reizende boten. Zo leed een schip met een voorraad aan tabak schipbreuk, omdat twee dagen ervoor de Winstanley-toren II tijdens een zware storm in 1703 naar de bodem van de zee was gezonken en de boot dus niet kon begeleiden.
Wie al veel kennis heeft over bekende vuurtorens, kan aangenaam verrast worden. Er komen namelijk veel vergeten vuurtorens in voor en ook torens die qua bouw niet zo bijzonder zijn. Op een interessante wijze leer je van alles. Het zijn niet alleen feiten, maar juist legendes en spookverhalen die Macías vertelt. Ook als je geen voorkennis over vuurtorens hebt, maar wel geïnteresseerd bent in geschiedenis, is dit boek goed te lezen. En natuurlijk is er voor de echte vuurtorenliefhebber informatie over het bouwjaar, het lichtkarakter, hoe men op het idee kwam, de gebruikte materialen, de hoogte en of de toren nog steeds in gebruik is. Macías schreef de informatie met een vleugje humor waardoor je zo al bij vuurtoren nummer 15 bent beland. Zonder dat je het doorhebt, leer je eigenlijk ontzettend veel over vuurtorens op de meest afgelegen plekken op aarde. De beste manier om dit boek te lezen is wellicht om er af en toe doorheen te bladeren en zo de lichtbakens stuk voor stuk te leren kennen.
Door de gedetailleerde beschrijvingen voelt het net alsof je een vuurtorenwachter bent, alsof je een zware storm trotseert. Je maakt de grillige kant mee van de ruige natuur en de eenzaamheid van een vuurtorenwachter. Naast deze sprekende verhalen zijn er ook illustraties van de bouwwerken, waardoor je een idee krijgt hoe ze eruit zien en bijvoorbeeld hoe groot ze zijn. Op de zeekaarten zie je waar ze zich precies bevinden in de wereld en ook gedetailleerder waar in een land of juist in zee.
John Cook, een vuurtorenwachter die acht jaar op Maatsuyker (Australië) diende, schreef in zijn logboek dat ‘mensen vaak vragen hoe we de eenzaamheid en verveling konden verdragen, maar leven met al je zintuigen op scherp is echt heel opwindend’. Ondanks de eenzaamheid en ruige natuur, nemen juist de schoonheid en indrukwekkende geschiedenis de hoofdrol in dit verhaal.

José Luis González Macías, Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld. Een literaire reis langs de meest afgelegen vuurtorens op aarde, vertaling: Irene van de Mheen, Uitgeverij Meulenhoff, 160 pagina’s (€ 22,99)

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant, editie maart 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5330

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven