Recensie: De waanzin van ‘overal zit mens’

De Vlaamse auteur Yves Petry debuteerde in 2001 met de roman Gods eigen muziek en werkte sindsdien zonder veel publiciteit te zoeken aan zijn oeuvre. In 2011 won hij de Libris Literatuur Prijs met De maagd Marino, gebaseerd op een waargebeurd voorval, waarbij een man zich uit vrije wil liet opeten door zijn minnaar. Deze maand verscheen zijn zevende boek, de filosofische roman Overal zit mens.

Door Carien Touwen

Overal zit mens is volgens de omslag een moordfantasie en dat is een zeer passende omschrijving. We maken kennis met Kasper Kind, een zonderlinge boswachter die een eenzaam bestaan leidt in het bos Mirandel. Het boek is grotendeels een monoloog van zijn gedachten, waarin we geleidelijk aan horen over zijn leven tot nu toe, maar vooral kennis maken met zijn kijk op de wereld en de mensheid. Aan de ene kant is het snel duidelijk dat de zelfgekozen eenzaamheid goed bij de hoofdpersoon past, aan de andere kant zijn we getuige van zijn doordraaien, een staat waar hij door zijn isolement van de wereld niet meer uitgehaald kan worden.

Kasper trekt zich steeds meer terug in zijn boswachtershut, zijn ‘kluis’, omdat hij ‘overal mens ziet’. Petry pakt het besef hiervan geregeld in prachtige zinnen, zoals wanneer Kasper gestopt is op een parkeerplaats langs de snelweg: ‘Elk lijntje en vormpje in mijn blikveld, de verkeersborden en wegmarkeringen, de vuilbakken en picknicktafels en de schroeven waardoor ze bij elkaar worden gehouden (…), dat alles was geheel vooruit berekend door een anonieme veelheid aan mensenbreinen.’ 

In de nachtelijke stilte van het bos besluit Kasper dat hij een daad van verzet moet plegen. Hij wil aartsmoralist en publieksfiguur Max de Man vermoorden en we kijken maandenlang mee in zijn gedachten waarin hij uiteenzet hoe hij zijn daad zal verantwoorden. Het plan zelf is minder belangrijk dan zijn waaroms en Kasper zet reden na reden op een rijtje over zijn rechtvaardiging voor de moord en probeert uiterst zorgvuldig uit te werken wat hij tegen Max zal zeggen voor hij hem neer zal schieten. Overal zit mens en Kasper wil dat Max dat beseft voor hij zal sterven.

Het feit dat hij een roerig liefdesverleden met Max heeft, is een lastige hindernis voor Kasper die hij het liefst zou vergeten, want het is zeker niet de oorzaak van zijn keuze om juist de door hem zo gehate Max te vermoorden. Tussen alle redeneringen die Kasper voert omtrent het falen van de mensheid, de aftakeling van het bos en de teloorgang van de sneeuwpanter, proeft de lezer vooral de pijn van teleurstelling van Kasper in Max en in zijn tweelingzus. 

Overal zit mens is een interessante filosofische uiteenzetting vol prachtige zinnen en overwegingen. Toch raak je tijdens het lezen wat gefrustreerd, want waar gaan die malende gedachten naartoe? En waar je hem in het begin nog gelijk denkt te gaan geven, bekruipt je steeds vaker het gevoel dat hij waanzinnig wordt. Je wilt een ontknoping, maar voelt ook dat het niet zo spectaculair gaat worden als Kasper hoopt. Het tweede deel, de moord, is desondanks bevredigend.

Yves Petry, Overal zit mens, Uitgeverij DasMag, 250 pagina’s (€ 22,99)

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant, editie december 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5319

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven