Interview: ‘Mijn koffer is mijn thuis.’

Op 22 februari van dit jaar werd schrijver Arnon Grunberg vijftig jaar. Veertien jaar geleden ontmoette ik hem voor het eerst op missie in Afghanistan. Naar aanleiding van zijn verjaardag en het boek Slachters en psychiaters dat daarom verschijnt, ging ik met hem in gesprek. 

Door Niels Roelen 

Kees van Kooten moest veertig worden om de vragen van het leven te stellen. Jij werd onlangs vijftig. In al die jaren was je kamermeisje, slager, mensendokter, circusartiest, messias en soldaat. Wat wil je eigenlijk worden? 
‘Ik denk toch dat ik schrijver wil blijven, wat wat mij betreft wil zeggen: nieuwsgierig blijven. En aangezien stilstand achteruitgang is, zou ik zeggen: nieuwsgieriger worden. Ik zou graag nog sekteleider willen worden en spion. Niet één ding, dat maakt deel uit van de nieuwsgierigheid.’ 

Werden wij op onze reis in Transnistrië door de overheid niet al gezien als spion? Maar je hebt dus nog geen spionnen of sekteleiders ontmoet? 
‘Ik heb veel valse profeten ontmoet, weinig spionnen, weleens bedrijfsspionnen. Een echte Messias nog nooit. Ik moet me verduidelijken, ik denk dat ik een tijdje het valse profeet-zijn zeer serieus zou willen nemen en daarover zou willen schrijven. In Transnistrië waren we uit de hand gelopen toeristen in de ongelukkige vermomming van investeerder.’ 

In je nieuwe boek schrijft Roos je dat je een mensenverzamelaar bent. Uit welke landen heb je de meest memorabele mensen verzameld?  
‘Ik heb mijzelf ook weleens een mensenverzamelaar genoemd meen ik, lang geleden. Iedereen is op zijn eigen manier mensenverzamelaar, op de kluizenaar na misschien. Ik denk dat ik toch de meeste mensen verzameld heb in het land waar ik ben geboren en waar ik ben opgegroeid, ik denk dat daar ook de meeste mensen mij hebben verzameld.’ 

Hoe ziet je leven er zonder al je vrienden, je mensenverzameling, uit? 
‘Armer, op velerlei manieren. Door de ander zie je jezelf, je plaats in de wereld, de wereld zelf.’ 

Over de wereld zelf citeerde je, voor vertrek naar Irak en Afghanistan, Isaak Babel: ‘Oorlog is de stormachtige prelude tot het geluk.’ Welk geluk vond je hier?  
‘Ik had Afghanistan en Irak niet willen missen. Welk geluk ik daar heb gewonnen? Ik heb de aantrekkingskracht van oorlog beter begrepen denk ik. Ik neem de oorlog serieus. Dat is geen verdienste. Maar ik denk dat alleen in morele termen over oorlog in het algemeen praten niet helpt, misschien schaadt het zelfs. Oorlog maakt deel uit van onze cultuur. Misschien moet ik zeggen: het geluk van het zelfverlies, dat heb ik vooral daar ervaren. 
Mijn toenmalige vriendin zei dat ik onoverwinnelijk uit het vliegtuig stapte toen ik terugkwam uit Afghanistan, weliswaar alleen de eerste keer, maar toch.’ 

Ik sleepte jouw koffer over het grind in Afghanistan later ook een trap op in Tiraspol. Het gewicht was enorm, wat sjouw je mee? 
‘Ik sleep nogal eens boeken mee, omdat ik vaak aan allerlei dingen tegelijk werk en ik voor essays dikwijls boeken nodig heb en ik nog altijd bij voorkeur gebruik maak van het papieren boek. Overigens heb ik in november in Gent toen ik daar mijn koffer over de keien sleepte mijn elleboog geblesseerd. Die elleboog wordt langzaam langzaam beter, maar dat terzijde.’ 

Toeval of niet, toen je met Circus Zanzara meespeelde als joodse immigrant, speelde diens koffer een belangrijke rol: ‘Zijn koffer is zijn huis, wodka is zijn troost.’ In hoeverre is jouw koffer en troost daarmee vergelijkbaar? 

‘Ik heb nu voor mijn doen lange tijd niet gereisd, een week of vijf, zes; een koffer is een noodzakelijk kwaad. Geen troost. Hoewel het verlies van een koffer een kleine ramp kan zijn is de koffer eigenlijk alleen dan troost als je hem onverwacht weer terugvindt. 
Drank is ook geen troost. Het kan een medicijn zijn. Op feesten en partijen waar het sociale ongemak eigenlijk te groot is. Een medicijn tegen verlegenheid. Als je het clowneske van het leven accepteert, is veel gewonnen. Maar niet iedereen is daartoe in staat. Of daartoe bereid. Vooral het laatste. Men wil het niet. Misschien zijn we ook te bang om belachelijker te lijken dan we willen zijn.’ 

Picasso had nieuwe liefdes nodig om nieuwe schilderijen te maken, geldt dat ook voor een nieuw boek? 
‘Ja, had hij dat echt nodig? Dat hebben wij ervan gemaakt. Hij zelf misschien ook wel. Natuurlijk is verliefdheid altijd inspiratie, maar er zijn diverse vormen van inspiratie. Wat je nodig hebt voor een nieuw boek is de behoefte jezelf te verbeteren, uithoudingsvermogen, en toch ontkom ik niet aan dat woord, nieuwsgierigheid. 
Niet elke roman is een liefdesroman, maar de liefde voor een zaak of voor een persoon zijn denk ik onmisbaar voor hartstochten en zonder hartstochten geen roman. Ook geen tragedie denk ik. Ik zou me even geen tragedie voor de geest kunnen halen zonder liefde of zonder haat, die twee zijn soms moeilijk van elkaar te scheiden.’ 

Tot slot: in Rusland kijken ze elk jaar de film The Irony of Fate, waarin de Lenin-doctrine dat elke stad volgens dezelfde blauwdruk gebouwd wordt op de hak genomen wordt. Wanneer breiden we je mensenverzameling uit door in al die steden op Bouwvakkersstraat 21 te slapen? 
‘Dat is een goede vraag, voor mijn zestigste allicht, het moet niet te lang duren. Hoewel ik weinig waarde hecht aan veertig, vijftig of zestig, moet je ergens rekening houden met de dood of een vorm van verval waardoor het reizen moeilijker wordt. Aan de andere kant, Biden is nu bijna tachtig, dus als hoogbejaarde kun je ook nog zeer actief zijn.’ 

Boekgegevens

Arnon Grunberg, Slachters en psychiaters, Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 576 pagina’s (€ 24,50) 

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie maart 2021.   

Interesse? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht. 

Berichten gemaakt 5330

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven