Interview Matthias Rozemond: ‘Ik houd van schurende dialogen’ 

Met Melkmeisje schreef Matthias Rozemond een historische roman waarin een groot geheim de relatie bepaalt tussen de schilder Johannes Vermeer, zijn vrouw Catharina en de huishoudster Tanneke, die centraal staat in het schilderij Het melkmeisje. Toch is het een ánder schilderij van Vermeer dat in deze roman het verloop van de gebeurtenissen bepaalt. 

Door Antal Giesbers 

In een historische roman wordt veelal een fictieve invulling gegeven aan vaak grootse gebeurtenissen. In Melkmeisje besteed je, met uitzondering van de buskruitramp van Delft in oktober 1654, echter niet veel aandacht aan historische context. 

Matthias Rozemond © Chris van Houts

‘In een historische roman heb je je te houden aan wat algemeen bekend is. De rest, daar mag je mee spelen. Ik kies er dan ook voor om een verhaal te vertellen dat prettig leest. Want als je zes pagina’s lang moet doorworstelen om de historische context te begrijpen en wordt doodgegooid met voetnoten en uitweidingen, dan gaat het vloeiende verhaal verloren. Verder kies ik voor een serieuze, literaire toon, met psychologische diepgang. 

‘Neem de dialogen. Die moeten een beetje schurend zijn. Een dialoog die blijft hangen in de overdracht van informatie, is niet levensecht. Johannes en zijn vrouw Catharina praten voor een deel langs elkaar heen, hebben hun eigen perspectief: dat is de realiteit van alledag, zo gaat dat tussen man en vrouw. Daar levert de huishoudster Tanneke ook een bijdrage aan, want die heeft ook weer haar eigen wereldbeeld en perceptie.’ 

Je stijl blijft heel modern. Je schrijf bijvoorbeeld op een gegeven moment over Vermeers ‘vakbroeders’, waar je een woord als ‘gildebroeders’ had kunnen gebruiken… 

‘Dat is een voortdurende keuze: hoe archaïsch mag het zijn, hoe modern? Ik krijg daar veel hulp bij van mijn vader, die puur op taal meeleest. Het woord “sorry” haalt hij er onmiddellijk uit. Aan de andere kant: “gildebroeders” vond ik weer net te ouderwets.’ 

Het schilderij dat centraal staat in je boek is eigenlijk niet Het melkmeisje, maar De koppelaarster. Daarin zien we een bordeelklant een prostituee geld geven, terwijl achter hen de koppelaarster en een muzikant grijnzend toekijken. Het uitgangspunt van jouw boek is de theorie van Vermeer-kenner Benjamin Binstock dat met de muzikant en de prostituee Vermeer zichzelf en zijn vrouw heeft afgebeeld. 

‘Het schilderij De koppelaarster neemt een gekke, unieke plek in het oeuvre van Vermeer in. De andere schilderijen zijn altijd verstild, je komt tot rust. Hier zie je vier mensen die samen wat aan het verhapstukken zijn. Ik vroeg me af: hoe zit dat? Binstock vraagt zich af of met de hoerenloper en de koppelaarster niet de broer en de moeder van zijn vrouw zijn afgebeeld. Dat is geen vreemde gedachte, want er is veel bekend over de huiselijke ellende in die familie. Er werd daar flink op los geslagen. Dat leidde uiteindelijk tot een scheiding, wat destijds zeer ongebruikelijk was.  

‘Johannes gaat daar op zijn manier ermee om: hij maakt er een schilderij over, maar hij beseft niet wat dat teweeg gaat brengen. Ik denk dat hij een aspergerkantje had en daarom niet alles psychologisch kon verwerken: op zijn schilderijen geeft hij alle aandacht aan details zoals landkaarten en de patronen op tapijten – maar op het gebied van gezichtsuitdrukkingen is hij helemaal niet een van onze grote meesters.’ 

Je kunt het schilderij én jouw verhaal als een soort whodunnit lezen, maar ook als een allegorie op moraal en kunst. Wat probeer je te vertellen? 

‘Vermeer bewoog zich weg van het clair-obscur van mensen als Rembrandt. In navolging van Fabricius (met zijn Puttertje) koos hij voor een lichte achtergrond om de kleuren en het drama vol uit te lichten. Maar dat is niet alleen een visuele keuze, maar ook een morele. Het blauw van de rok van het melkmeisje komt nadrukkelijk naar voren, maar rondom haar contouren is het wit wel érg wit: het is bijna een aureool. Je beseft dan wel: die dame die hier broodpap staat te bereiden, is heel bijzonder.’ 

In je roman komen Vermeer, zijn vrouw en Tanneke aan het woord. De anderen op de twee schilderijen niet. Waarom heb je daarvoor gekozen? 

‘Ik wilde het overzichtelijk houden. In eerste instantie ging het me om Vermeer en Tanneke, maar ik besefte dat Catharina dingen te vertellen had die Vermeer en Tanneke niet konden vertellen. Maar ze hebben alle drie hun eigen perspectief, ze zijn allemaal charmant en onhandig en feilbaar. Daarom houd ik van alle drie evenveel.’ 

Matthias Rozemond, Melkmeisje. Het wereldberoemde schilderij van Vermeer komt tot leven in zeventiende-eeuws Delft, Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 288 pagina's (€ 23,99) 

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie maart.

Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5319

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven