Boekverfilming: De acht bergen

Vijf jaar geleden veroverde Paolo Cognetti de wereld met zijn roman De acht bergen. Aangezien het verhaal zich afspeelt in het schitterende berglandschap van Noord-Italië, kon een verfilming van deze bestseller niet uitblijven. Het Belgische regisseurskoppel Felix Van Groeningen en Charlotte Vandermeersch nam die taak op zich. Werkt dit ingetogen verhaal over een onwrikbare vriendschap ook op het witte doek?

Door Mirjam Mulder

Pietro groeit op in het drukke, benauwde Milaan van de jaren zeventig en tachtig. Maar zijn zomers brengt hij met zijn ouders door in een bergdorpje in de Val d’Aosta, waar met name zijn stugge, opvliegende vader tot rust komt. ‘Hier beneden had je fabrieken in beroering, overvolle sociale huurflats, straatrellen, mishandelde kinderen en tienermoeders; daar boven sneeuw.’ In het fictieve dorpje Grana ontmoet Pietro de bergjongen Bruno, en een hechte vriendschap ontstaat. Samen verkennen ze de bossen, beken en verlaten hutten. Zijn vader merkt dat Pietro zijn ‘stadse breekbaarheid’ kwijtraakt, en neemt hem mee op zijn bergwandelingen.

Naarmate Pietro ouder wordt, zet hij zich echter steeds meer af tegen zijn vader, en wil hij niet meer mee op diens steeds hogere beklimmingen. Jarenlang wordt de afstand tussen hen alleen maar groter, en ook Bruno zoekt hij niet meer op. Totdat hij, als hij begin dertig is, bericht krijgt dat zijn vader is overleden aan een hartaanval. Pietro keert terug naar de bergen, waar zijn vader een bouwval had gekocht die hij aan hem heeft nagelaten. De bouwplannen had hij aan Bruno toevertrouwd, met wie hij, zo blijkt, al die tijd nog wel bergtochten had gemaakt. Eén zomer lang gaan de twee jeugdvrienden samen aan de slag met de berghut, en gieten zo hun vriendschap in cement. ‘Misschien leefden Bruno en ik inderdaad in de droom van mijn vader. We hadden elkaar weer teruggevonden in een pauze van ons beider bestaan: zo een die het ene tijdperk afsluit en het volgende inluidt – al zouden we dat pas later begrijpen.’

Door een raam

Voor liefhebbers van het boek valt er veel te herkennen in de film. Veel scènes zijn vrijwel letterlijk overgenomen, waarbij ook de sfeer uit het boek mooi wordt opgeroepen. Wat meteen opvalt, is het  bijna vierkante kader waarin de film wordt geprojecteerd. Hiermee wilden de regisseurs het laten lijken alsof je door een raam kijkt. In het begin voelt dit wat vreemd; zeker bij de berglandschappen zou je juist een wijds beeld willen zien. Maar algauw raak je eraan gewend, en het wekt daadwerkelijk een intiemere sfeer op.

Uiteraard zijn er in het boek veel details die in de film niet expliciet aan bod komen. Zo kom je in de roman meer te weten over de beweegredenen van Pietro (vertolkt door Luca Marinelli), doordat we zijn gedachtes lezen. Deze worden in de film alleen in een zeer spaarzame voice-over toegelicht. Ook leren we meer over de relatie tussen Pietro’s ouders, die in de film wat op de vlakte blijft. Daarentegen maakt de film goed gebruik van visuele contrasten tussen bijvoorbeeld de vrijheid van het leven in de bergen en de opgeslotenheid van Milaan. Ook geven de langzame beelden van landschappen of personages de meditatieve, ingetogen vertelstijl van het boek goed weer.

Je eigen weg

Een verschil is dat er in de film naar mijn idee meer gefocust wordt op de vriendschap met Bruno (gespeeld door Alessandro Borghi), terwijl in het boek de relatie met de vader minstens zo belangrijk is. Cognetti begint zijn roman niet voor niets met de zin: ‘Mijn vader had in de bergen zo zijn eigen manier van wandelen.’ Hoewel Pietro zich in eerste instantie wil afzetten tegen zijn vader om niet te worden zoals hij, wordt hij later toch teruggelokt naar de bergen uit zijn jeugd, en vindt ook hij daar zijn eigen manier van wandelen. In de film wordt meer de tegenstelling tussen de rusteloze Pietro en de gewortelde Bruno benadrukt, zoals die laatste zegt: ‘Jij bent degene die komt en gaat, ik ben degene die blijft. Zoals altijd, toch?’

Ondanks deze kleine verschillen worden de thema’s van Cognetti’s boek op even verfijnde en subtiele wijze overgebracht op het witte doek: moeizame vader-zoonrelaties, vriendschap, eenzaamheid, opgroeien en de tegenstelling tussen de stad en de bergen. Dat laatste wordt mooi in beeld gebracht als Pietro een aantal Milanese vrienden meeneemt naar de berghut, die een utopisch beeld hebben van het leven in de bergen. ‘En [Bruno] zei: jullie stedelingen noemen het natuur. Het is zo abstract in jullie hoofd dat zelfs het woord abstract is. Wij hier zeggen bos, weide, rivier, rots, dingen die je met je vinger kunt aanwijzen. Dingen die je kunt gebruiken.’

De acht bergen is een trage, lange film, waar je goed voor moet gaan zitten. Maar als je je daarop instelt, kun je je 2,5 uur verliezen in prachtige berglandschappen en een vriendschap tussen twee zwijgzame mannen die elkaar als enigen in hun leven echt hebben gekend. Een aanrader voor op een koude winterdag.

De acht bergen is vanaf december 2022 te zien in de bioscoop.

Paolo Cognetti, De acht bergen, vertaling: Yond Boeke en Patty Krone, Uitgeverij De Bezige Bij, 240 pagina’s (€ 16,50)

Dit artikel verscheen eerder in de Boekenkrant, editie december 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5319

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven