Boekfragment: Tussen twee werelden

Een hartverwarmende Italiaanse roman over vaders en zoons, het buitenleven en het op jezelf teruggeworpen worden en zien wat er belangrijk is in het leven. Na de dood van zijn vrouw besluit de vijftigjarige Leo de zorg voor de jongen Martino, die al even zwijgzaam en mysterieus is als hijzelf, op zich te nemen.

Martino en ik gingen ’s avonds steeds vaker de deur uit. We dwaalden urenlang langs paden en weiden, ook als het bemoedigende licht van de maan er niet was. Op den duur raakten we eraan gewend in het donker te zien, dus onze voorhoofdslampen gingen alleen aan als het bos echt ondoordringbaar werd en we het risico liepen dat we in een kuil stapten of achter een boomwortel bleven haken, of dat we over roestig prikkeldraad of rotte balken vol spijkers zouden struikelen als we langs stapelmuurtjes liepen die bedekt waren met kreupelhout en die vroeger moestuinen en hennepveldjes omheinden, of langs de aangevreten muren van ingestorte berghutten die hier en daar langs de kant van steile weggetjes stonden die niet meer in gebruik waren. Het licht van de voorhoofdslampen verhoogde de betovering en het mysterie van die bouwvallen alleen maar, doordat het doordrong in de diepst verborgen hoekjes en de schaduwen versterkte.

We gingen met geruisloze pas, alsof we niets wilden verstoren, op onderzoek uit in de kale, door rook zwartgeblakerde kamertjes, de stallen waarvan de vloer nog bedekt was met uitgedroogde mest en bladeren en de piepkleine ondergrondse bergruimtes. We raadden wie er op die plekken gewoond kon hebben, maakten ons een voorstelling van het dagelijks leven in zo’n gehucht, de aangestoken open haarden in de winters waar geen eind aan kwam, de verhalen die werden overgeleverd. We hoorden bijna het onderdrukte gelach van de kinderen, en het gezucht en gesteun vanwege het ellendige leven dat nooit beter leek te worden, maar waar te vroeg een eind aan kwam door verwaarlozing of de dood. Op deze plekken lukte het bijna nooit om echt oud te worden. Maar aan de rand van de open plekken leerden we samen te leven met de schaduwen van hun rijk, het terrein te voelen, en de hindernissen, de verzakkingen en vluchtige omtrekken van de dieren te onderscheiden. We wilden, net als zij, ’s nachts leven, in de stilte reizen en de dag doorbrengen in onze schuilplaats, waar we alleen in geval van nood of gevaar snel uit weg konden.

Die uren van nachtelijke wandelingen waren bij Martino favoriet. Geen vragen, geen enkel woord, alleen wijd open ogen, kleine gebaren en afgemeten passen om geen geluid te maken; aanvankelijk houterig maar daarna steeds vloeiender en natuurlijker, tot we deel uitmaakten van dat moment en die omgeving. Zoals de dunne takken van de heester, die trillen in de zachte wind, een berg sneeuw die vloeibaar en transparant wordt en in de aarde verdwijnt, een jagende vleermuis die zachtjes voorbijschiet tussen de bomen. Onze zelfverzekerde nachtelijke wandelingen, zo heel anders dan die in Milaan, waar we op sommige avonden rusteloos in de mist huiswaarts gingen, werden door Martino beschouwd als ‘het onderhoud van de zintuigen’.

Boekgegevens

Franco Faggiani, Tussen twee werelden, vertaling: Saskia Peterzon-Kotte, Uitgeverij Signatuur, ISBN: 9789056726164, 208 pagina’s (€ 19,99)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie 7 januari 2019.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven