Boekfragment: Mijn snor

Mijn snor is een openhartig, haargrensverleggend verslag van een man in wording.

Dag 6
Eindelijk. Eindelijk begint het op te vallen. De eerste reacties op mijn snor zijn binnen.
Vanochtend trof ik de benedenbuurman bij de voordeur en hij vroeg me of ik soms een ‘klein snorretje’ liet groeien. Ik was er totaal niet op voorbereid, of liever gezegd: na bijna een week was ik al zo gewend aan mijn snor, dat hij me met zijn vraag verraste. Ik lachte een beetje verstoord, mompelde ‘ja zoiets’ en sprong snel op mijn fiets.
Klein? dacht ik onderweg. Wat nou klein? Alle revoluties beginnen klein. Mao begon zijn Lange Mars met één boer, Jezus had eerst maar één discipel, de digitale revolutie begon met één byte. Het gaat om het ideaalbeeld. We hebben het hier wel over mijn manwording; een ontwikkeling waar de meeste mensen laf voor weglopen. Elke poging tot persoonlijke groei stuwt extra energie terug naar het universum, waardoor uiteindelijk iedereen meeprofiteert van mijn snor. Ook mijn buurman, die nota bene zelf een uitkering trekt.

Vroeg in de middag kwam Henk de klusjesman langs. Henk heeft bij mij thuis niets te klussen, maar toch waait hij regelmatig aan, want hij is altijd wel iets kwijt of heeft iets nodig. Normaal ontwijk ik hem, omdat hij naast twee gouden handjes ook de zeldzame gave heeft om iedereen in een straal van twintig meter het bloed onder de nagels vandaan te halen. Het ergste is dat hij dit weet van zichzelf. Dat maakt hem erop gebrand om vooral niemand op de tenen te trappen, met zo mogelijk nog irritantere gevolgen. Bang om zelfs maar opgemerkt te worden, sluipt hij zwijgend in en uit en schuift hij zó geruisloos langs de muren dat je hem nooit hoort aan komen. Henk is vaak erg gespannen. Hij heeft nooit sigaretten op zak, maar toch ziet hij asgrauw van het roken, wat hij sneller kan dan wie dan ook. In drie teugen hijst hij zo’n extra lange Marlboro naar binnen.
Ineens stond hij achter me in de gang. Henk. ‘Dat is toch niet een snor, of wel?’ vroeg hij, alsof het net zo goed een schimmelinfectie kon zijn. Het was eruit voor hij er erg in had. Verlegen deed hij een paar stappen terug en keek naar zijn schoenen of naar de grond – in ieder geval niet naar mijn snor. Ik liet hem even spartelen. ‘Wel degelijk,’ zei ik uiteindelijk. ‘Ik ben nu bijna een week bezig en…’ maar Henk stond alweer buiten, nerveus morrelend aan zijn fietsslot.

Helga, een bejaarde maar jeugdige vriendin en seksuologe, begon meteen over mijn snor toen ik langs het terras van café ’t Smalle liep, waar ze met Het Parool op schoot aan een glas rode wijn zat. Ze refereerde bemoedigend aan het oude Hollywood, aan acteurs als Errol Flynn en Clark Gable. ‘Onweerstaanbare mannen waren dat,’ mijmerde ze en ze bladerde verder door de krant. ‘Maar goed, die zijn nu allemaal dood.’

Mijn snor

Boekgegevens

Arjen van Lith, Mijn snor, uitgeverij De Harmonie, ISBN 978 90 76174 44 0 (€ 15,00)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie december 2014.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven