Boekfragment: Littekens

Als Paul zijn tante komt opzoeken, ontmoet hij Clara. Ondanks haar geslotenheid leren de twee elkaar beter kennen – en de moeilijke tijd die ze beiden hebben meegemaakt.

Ze zag de jongen te laat. Hij zat bij de driesprong en leunde met zijn rug tegen een boomstam. Enkele meters van hem vandaan lag een fiets in de berm.
Clara hield haar pas in en stond in tweestrijd. Teruggaan was opvallender dan gewoon voorbijlopen. Ze stak de weg over, zodat de afstand tussen hen groter zou zijn als ze hem passeerde.
De stem van Stromae zong door. De muziek op haar iPod had haar zo in beslag genomen dat ze niet op de omgeving had gelet en nu zat daar opeens die jongen, leunend tegen een eik. Waarschijnlijk een toerist die op doortocht was. Ze zou geen notitie van hem nemen en gewoon doorlopen.
Clara duwde de donkere zonnebril vaster op haar neus. De zon brandde, het was bloedheet, haar t-shirt plakte op haar huid.
De driesprong naderde, ze versnelde haar pas en bleef star voor zich uitkijken. Stromae begon aan een nieuw lied. De afstand tussen haar en de jongen werd steeds kleiner en ze merkte verschrikt op dat hij wat moeizaam aanstalten maakte om te gaan staan.
Ik negeer hem gewoon, sprak ze zichzelf toe. Vanuit haar ooghoeken zag ze hem staan. Zijn mond bewoog, maar ze verstond hem niet door de muziek. Ook al had ze hem verstaan, dan zou ze nog niet gereageerd hebben.
Ze passeerde de driesprong en liep haastig verder. Het asfalt onder haar voeten was op sommige plaatsen gesmolten door de hitte.
Clara voelde de ogen van de jongen in haar rug prikken. De verlaten landweg, omzoomd door bergen van kalksteen, strekte zich voor haar uit. Aan weerszijden pronkten velden vol zonnebloemen, maïs en lavendel. Ze haalde de dopjes uit haar oren, maar de stilte rondom benauwde haar plotseling, haar eigen stappen klonken beangstigend.
Had ze de jongen toch antwoord moeten geven? Waarschijnlijk vroeg hij de weg. Ze probeerde hem uit haar gedachten te bannen, maar het beeld van de blonde jongen met de fiets bleef zich haarscherp voor haar ogen aftekenen. Zijn moeizame poging om te gaan staan, de manier waarop hij zijn schouders strekte en een paar stappen in haar richting deed, de mond die bewoog als in een stomme film. De fiets in de berm met uitpuilende fietstassen. Hij was vast met vakantie en wilde weten waar een camping was.
Eindelijk bereikte ze het huis van haar grootmoeder. Een hobbelig pad tussen hoge eikenbomen leidde naar boven. Zodra ze het tuinhekje opende sprong de poes van de houten tuinbank en kwam op haar toelopen. Clara stopte haar iPod in haar rugzak en liep naar binnen.
‘Dag lieve kind,’ zei haar oma. ‘Je zult wel dorst hebben na de wandeling.’
‘Wel een beetje,’ gaf Clara toe. Ze dronk gulzig een glas water uit de kraan.
‘Waar ben je geweest?’
‘O, ik ben een eindje de bergen ingegaan,’ antwoordde ze vaag.
Ze legde de rugzak in een hoek van de kamer en liep met de poes in haar armen weer naar buiten. Haar grootmoeder zag haar op de tuinbank zitten, waar ze met een afwezige blik over de rug van het dier aaide.
Waar is dat opgeruimde meisje van vroeger gebleven, dacht ze meewarig. Haar kleindochter, die nu haar mooie ogen verborg achter een donkere zonnebril. Hoe iemand zo kan veranderen. Zou dit ooit weer goed komen?

15 BF 0,5 Lemniscaat Littekens afb

Boekgegevens

Anke de Vries, Littekens, Uitgeverij Lemniscaat, ISBN 978 90 477 0778 3 (€ 14,95)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie maart 2016

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven