Boekfragment: Hoe duur was de suiker

Van Hoe duur was de suiker? waarvan reeds 200.000 exemplaren verkocht zijn verschijnt nu weer de traditionele groene uitgave. Hier het begin van hoofdstuk 1 uit Cynthia McLeods bekendste boek.

De dag brak aan op plantage Hébron en terwijl de hemel aan de oostelijke zijde zich rood kleurde door de opkomende zon, gingen één voor één deurtjes open van de slavenhutten en kon men kleine vuurtjes zien onder de afdakjes ernaast. Faya watra werd gemaakt. Heet water waarin een scheutje melasse werd geroerd. Hier en daar steeg een heerlijke damp op uit een kookpot, omdat er in het water een anijsblad of wat kruiden was gegaan.
Bij alle hutjes kon men nu mannen, vrouwen en kinderen zien staan, soms pratend, sommige rondkijkend. Vervolgens liepen de meesten naar de zuidzijde van de plantage, waar er haaks op de rivier een kanaal was gegraven, dat diende voor de toe- en afvoer van water.
Naast het botenhuis, waar de rivieroever ondiep was, gingen ze in het water om een bad te nemen; de groten meer ernstig, de kinderen soms vrolijk lachend en elkaar nat spetterend. Met een lendendoek om het natte lichaam geslagen gingen ze daarna terug naar de hutjes, meest in kleine groepjes, voorafgegaan en gevolgd door naakte grote en kleine kinderen. Het was dan tijd om de faya watra te drinken en als ontbijt wat overgebleven restjes van het vorige avondmaal te eten.
In de hut waar de vijftienjarige Amimba met haar moeder, broertjes en zusjes woonde, deed ma Leida in een grote kalebas een handvol gedroogde kruiden en schonk daar kokend water op. Dit drankje was voor Amimba; zoals elke maand het geval was, had ze erge buikpijn. Kermend had ze de hele nacht op haar matje gelegen, draaiend van de ene op de andere zijde, nu eens liggend, dan weer zittend. Nu sliep ze wat. Gelukkig. Maar ook ma Leida zelf had de afgelopen nacht haast geen oog dicht gedaan. Na faya watra en ontbijt ging men in de richting van het magazijn, een enkele vrouw met een kind aan de borst, weer een andere had de baby al op de rug gebonden. Bij het magazijn waren de deuren nog gesloten, maar het duurde niet lang of daar kwam de blanke opzichter, masra Mekers, al met de sleutels. Aan ieder gezinshoofd werd nu het avondrantsoen uitgedeeld, en men kreeg te horen wat er die dag gedaan moest worden.
Eerst de presentie. Waar was Kofi? O ja, die had een verstuikte enkel en ging dus niet ’t veld in, maar moest werken in de timmerloods. Amimba buikpijn? Alweer! Geen onzin! Hier komen of ze werd met de zweep gehaald. Waarom had Afi haar baby niet bij zich? Die was ziek, de hele nacht koorts. Afi liet hem vandaag liever thuis bij de geneesvrouw. Die zou hem een kruidenblad geven tegen de koorts. Tenu? Waar was Tenu? Hier komen! Basya, vijf zweepslagen voor de dertienjarige Tenu, die voor de kippen zorgde. Hij had eieren gestolen, er waren wel zes te weinig gisteren, de lege doppen lagen nog naast het hok. Tenu maakte veel misbaar! Gelogen, hij had geen eieren gestolen. Wist masra dan niet dat er een grote sapakara kans gezien om zes eieren te stelen als Tenu daar was? Wel, omdat Tenu daar niet was geweest. Had hij gisteren niet de halve dag aan de kreek zitten hengelen? Vijf zweepslagen! En vanavond mocht er geen enkel ei ontbreken en moest Tenu de dode sapakara laten zien!

25-bf-05-conserve-hoe-duur-was-de-suiker-afb

Boekgegevens

Cynthia McLeod, Hoe duur was de suiker?, Uitgeverij Conserve, 304 pagina’s, ISBN 978 90 5429 448 1 (€ 20,00)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie oktober 2016

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven