Boekfragment: De affaire Christie

‘Een verhaal over moord, leugens, liefde en ontdekkingen. Ik heb er zó van genoten. Ik kon het boek niet wegleggen en las het in één ruk uit.’ – Reese Witherspoon

Lang geleden, in een ander land, heb ik eens bijna een vrouw vermoord. De drang om te doden is een apart gevoel. Het begint met een onvoorstelbare, allesoverheersende woede. Die neemt je lichaam helemaal van je over, zodat het lijkt alsof een goddelijke macht zich meester maakt van je wil, je ledematen en je geest. Ze brengt een lichaamskracht teweeg waarvan je niet wist dat je ze in je had. Je handen, die voordien altijd ongevaarlijk waren, gaan omhoog om een ander dood te knijpen. Het heeft iets bevredigends. Achteraf gezien is het gruwelijk, maar ik kan niet ontkennen dat het op het moment zelf deugd doet, net zoals gerechtigheid deugd kan doen.

Agatha Christie vond moord fascinerend. Maar ze was een tere ziel. Ze heeft nooit iemand willen vermoorden. Op geen enkel moment.

Zelfs mij niet.

‘Zeg maar Agatha,’ zei ze telkens als ze haar slanke hand uitstak. Maar dat deed ik niet, of toch zeker niet in het begin, hoe vaak ik ook het weekend doorbracht in een van haar huizen, of in haar dichte kring vertoefde. Het was een vorm van intimiteit die onfatsoenlijk aandeed, ook al werd fatsoen in de jaren na de Grote Oorlog steeds minder belangrijk. Agatha was elitair en verfijnd, maar ze liet de etiquette en de wellevendheid met plezier achterwege. Zelf had ik echter veel te hard gezwoegd om die etiquette en wellevendheid onder de knie te krijgen, om ze zomaar overboord te gooien.

Ik was op haar gesteld. Voor haar werk had ik destijds geen goed woord over. Maar ik heb altijd toegegeven dat ik haar als mens erg bewonderde.

Ik bewonder haar nog steeds. Toen ik dat onlangs aan een van mijn zussen opbiechtte, vroeg die me of ik spijt had van mijn daden en van de pijn die ik had veroorzaakt.

‘Natuurlijk,’ antwoordde ik zonder aarzelen. Wie zegt: ‘Ik heb nergens spijt van’, is ofwel een psychopaat, ofwel een leugenaar. Ik ben geen van beide, ik kan gewoon heel goed geheimen bewaren. In die zin lijken de eerste en de tweede mevrouw Christie erg veel op elkaar. We beseffen allebei dat je nooit je eigen verhaal kan vertellen zonder ook dat van een ander prijs te geven. Agatha heeft haar leven lang geweigerd om vragen te beantwoorden over de elf dagen waarop ze onvindbaar was, en dat deed ze niet enkel om zichzelf te beschermen.

Ik zou ook hebben geweigerd te antwoorden, mocht iemand er ooit aan hebben gedacht om mij iets te vragen.

DE VERDWIJNING

Een dag voor de verdwijning
Donderdag 2 december 1926

Ik zei tegen Archie dat dit geen goed moment was om zijn vrouw te verlaten, maar ik meende het niet. Dit spelletje had voor mij al lang genoeg geduurd. Het werd tijd om mijn laatste troef uit te spelen.

Maar omdat hij liefst zelf met de ideeën kwam, pruttelde ik tegen.

‘Ze is te fragiel,’ zei ik. Agatha was nog steeds erg van streek door het overlijden van haar moeder.

‘Clarissa is al maanden dood,’ zei Archie. ‘Welk moment ik ook kies om het haar te vertellen, het zal hoe dan ook gruwelijk zijn.’

Archie was allesbehalve fragiel. Als een keizer op zijn troon zat hij aan de grote mahoniehouten schrijftafel op zijn kantoor in Londen.

‘Je kan nooit voor iedereen goed doen,’ zei hij. ‘Er zal altijd iemand aan het kortste eind trekken, en die iemand wil ik niet meer zijn.’

Nina de Gramont, De affaire Christie, vertaling: Katrien Verelst, Pelckmans Uitgevers, 376 pagina’s (€ 22,50)

Dit fragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie december 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5319

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven