Boekfragment: 821 mensen die er ook toe doen

Een literaire diavoorstelling over eenzaamheid in de stad. Zijn we meer dan alle beelden die we op een dag voorbij zien komen? Meer dan een som van wat er om ons heen gebeurt? 

Ben jij eenzaam, vroeg hij. Nee, zei zij, ik heb heel veel mensen om me heen. Dat is niet wat ik vroeg, zei hij, dat is iets anders. 

Hij had altijd in het theater willen werken. Een wereld waarin de zinnen die je uitsprak vooraf geformuleerd waren. Hij had zich voorgesteld dat hij dagenlang in een oefenlokaal zou staan. Een leegstaande kantoorruimte. Of een afgehuurde gymzaal. En dat hij met een ander, die het moment van zwijgen, de plek van een adempauze, de lengte ervan, net zo belangrijk vond als hij, zou oefenen. Repeteren. 

Hij zou de woorden van alle kanten bekijken. Of beter nog, ze uitspreken en zich laten bekijken. Hij zou de zinnen net zolang herhalen tot het een volledig geautomatiseerd proces was. De kijkrichting van zijn ogen. Het schrapen van zijn keel. Geen onderbuikgevoel, geen greep op goed geluk, maar actuele, parate kennis. In samenspraak vergaard. 

De deur bleef dicht. Niet letterlijk, maar figuurlijk. Het was (eigenlijk) voor de opening van het ziekenhuis al duidelijk geweest. Meer dan veertig jaar geleden. Het had vaker het nieuws gehaald. In een andere tijd. Onder andere ministers.  

De zieken leefden zonder overzicht. In de waan van de dag. Net zo goed als het verplegend personeel. Niet zo gek ook als je geen idee had hoeveel dagen er nog zouden komen. Je moest kijken naar wat er wel goed ging. Wat je wel snapte. 

De tweeling werd geboren op de gang. Ze hadden het overleefd. Het baren was geslaagd, fysiek gezien dan. De moeder soort van ongeschonden. Er viel niemand flauw. Er verloor niemand te veel bloed. Ze sliepen, thuis. En de moeder, zij lag wakker. Staarde naar het plafond. Liep in haar hoofd wel duizend lijstjes af. Kolven. Temperaturen. Temperatuur opschrijven. 

De vader zat beneden. Met de tv aan en de krant. Faillissement ziekenhuizen, las hij. En: Minister belooft: nooit meer chaos. Ik hoop het, dacht hij, want nog meer chaos, dat kon er echt niet bij. 

Na haar slagen, was ze gaan reizen. Toen ze terugkwam, dacht ze: studeren, dat ga ik echt nog niet doen. Ze werkte een tijdje in de horeca, ze spaarde wat en ging weer op reis. Dat hield ze twee nhalf jaar vol. Daarna was ze teruggekomen en dacht ze: nu wil ik gewoon lekker van negen tot vijf. Dus was ze naar het uitzendbureau gegaan en had ze gezegd: Ik zoek een baantje, ik ben goed in economie, misschien kan ik iets administratiefs doen? 

De man van het uitzendbureau zei: Ja, sorry, u hebt een middelbareschooldiploma. U kunt gaan vakkenvullen in de supermarkt. Naast haar stond een kartonnen pop van een luchtvaartmaatschappij. Mag ik daar wel op solliciteren, had ze gevraagd. Horeca en reizen deed ze al. Toen is ze op haar twintigste aangenomen. Door alles heen gekomen. 

En na een halfjaar dacht ze: verschrikkelijk dit. Ze had zo vaak vrij. 

Ze lagen in bed. Het voelde als een filmset. Omdat er buiten, voor haar raam, een bouwlamp stond. Het was niet meer donker vanaf vijf uur, maar licht. Ze was gewend haar ogen dicht te doen als ze met elkaar vreeën. Het hielp haar om bij zichzelf te blijven, dicht bij de opwinding. Alles wat ze zag, kon haar eruit halen. Nu wist ze niet of dat nog kon. 

Anna van der Kruis, 821 mensen die er ook toe doen, Uitgeverij Orlando, 192 pagina’s (€ 21,99) 

Dit fragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie februari 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5330

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven