Artikel: Kijkje in de keuken van het NIOD

Het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, zoals het NIOD voluit heet, bestond op 8 mei 2020 precies 75 jaar. Het jubileum is de aanleiding voor de eraan verbonden onderzoekers om zelf over hun werk te vertellen in het boek Oorlog in onderzoek. 75 jaar NIOD. 

Door Mireille Bregman 

Het NIOD werd direct na de Tweede Wereldoorlog als Rijksinstituut opgericht om alle oorlogsdocumenten te verzamelen en te documenteren. De verwachting was dat het werk in 1960 wel klaar zou zijn, maar toenmalig directeur Loe de Jong (die het instituut 34 jaar zou leiden) meende dat er eerst een groot wetenschappelijk overzichtswerk over de bezetting gepubliceerd moest worden. In 1988 was het veertiendelige Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog af. 

Ik spreek met Jeroen Kemperman, een historicus die al 22 jaar aan het NIOD verbonden is. Hij heeft eerder geschreven over Japanse kampen in Nederlands-Indië, de val van de enclave Srebrenica en de houding van de gemeente Amsterdam jegens teruggekeerde Joden. In 2018 verscheen van zijn hand Oorlog in de collegebanken. Studenten in verzet 1940-1945.  

Hoe kijken de medewerkers van het NIOD zelf tegen Oorlog in onderzoek aan?   
‘Het was verfrissend om eens naar onze eigen geschiedenis te kijken en we vonden het zelf ook interessant om iets over ons werk te laten zien. Nu ons instituut 75 jaar bestaat, bood dat een mooie aanleiding om het daadwerkelijk te doen. Het is de bedoeling dat het voor anderen buiten het NIOD ook interessant is; niet al het onderzoek gebeurt in stoffige donkere archieven zoals mensen soms denken. Bij het grote publiek staan we bekend als onderzoekers die zich alleen bezighouden met de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Nederlands-Indië/Indonesië. Maar ook andere thema’s die oorlog en massaal geweld in de 20ste en 21ste eeuw betreffen, hebben onze aandacht. Welke invloed hebben dergelijke conflicten op individuen en samenlevingen? Voor wetenschappelijk onderzoekers is de vraag relevant hoe we onze kennis en vaardigheden kunnen toepassen op recentere vraagstukken en het maatschappelijk interessant kunnen maken. Denk aan het Srebrenica-onderzoek eind jaren 1990 en in de huidige tijd een interviewproject met Syrische vluchtelingen.’ 

Het NIOD vervult een grote publieke functie, iedereen is welkom om in de studiezaal de collectie in te kijken. Stellen de mensen tegenwoordig andere vragen?    
‘Ik heb zelf ook op de correspondentieafdeling gewerkt, waar je in contact komt met allerlei mensen die vragen hebben. In essentie is door de tijd heen de vraag naar informatie inhoudelijk niet erg veranderd; de mensen wel. Vroeger was het vooral de oorlogsgeneratie zelf die op zoek was naar informatie over hun eigen verleden, nu zijn het steeds vaker de tweede en derde generaties die ons met vragen over inmiddels overleden familieleden benaderen. Voor veel kinderen en kleinkinderen was het kennelijk lastig om met hun ouders of grootouders over de oorlog te praten, maar nu dat niet meer kan willen zij toch uitgezocht hebben hoe de oorlogstijd voor hun dierbaren was. Dossiers die veel persoonsgegevens bevatten zijn dan vaak onder bepaalde voorwaarden in te zien ofwel “beperkt openbaar”, er mogen in dat geval niet zomaar kopieën of foto’s gemaakt worden. 
Mensen zoeken bij het NIOD naar bewijs van hun eigen oorlogsverleden, zoals een vermelding op een namenlijst van kampgevangenen, bijvoorbeeld om in aanmerking te komen voor een uitkering als oorlogsslachtoffer. Voor de tweede en derde generatie vormen zulke documenten een tastbare band met het oorlogsverleden van hun familie. Ze zien handgeschreven briefjes in het archief, bijvoorbeeld aanvragen voor extra voedselbonnen van personen die uit kampen terugkwamen. Dat kan voor hen heel erg ontroerend zijn.’ 

Ook al bestaat het NIOD 75 jaar, voor de mensen die er werken is het oorlogsonderzoek nog lang niet klaar. Waar houdt het NIOD zich nu bijvoorbeeld mee bezig? 
‘Momenteel is er onder meer een groot onderzoek naar extreem geweld in Indonesië, samen met het KITLV en NIMH. Iets dat onze onderzoekers al een tijd wilden doen, maar waar extra financiële middelen voor nodig waren. De regering was in 2016 bereid om die middelen voor een diepgaand onafhankelijk onderzoek ter beschikking te stellen. Ik ben daar ook bij betrokken en houd me specifiek bezig met de internationale politieke context van het conflict. Wat waren de visies van de Britten, Amerikanen en Verenigde Naties hierop?  Verder zouden we nog eens een diepgravende studie naar het fenomeen onderduik willen doen: hoe ging dat nu precies? Er blijven dus allerlei onderwerpen op ons pad komen, ons werk is nog lang niet gedaan.’ 

Is het gedachtegoed van De Jong nog steeds merkbaar binnen de muren van het NIOD?  
‘Hij heeft een groot standaardwerk geschreven en zich heel intensief beziggehouden met verzet en collaboratie. Zodra iemand zich met dit onderwerp wil gaan bezighouden, hoor je toch snel: “Even kijken wat Loe de Jong erover geschreven heeft.” Ik heb bewondering voor het enorme werk dat hij verricht heeft, en Het Koninkrijk is nog steeds een beginpunt voor verder onderzoek.’ 

In totaal droegen dertig personen bij aan de artikelen in Oorlog in onderzoek. Wil je zelf ook in het NIOD onderzoek doen? Maak dan op niod.nl een afspraak voor de studiezaal. Ook kun je nog altijd gevonden oorlogsdocumenten schenken aan het NIOD-archief. 

Boekgegevens

Marjo Bakker, Jeroen Kemperman, Hinke Piersma e.a., Oorlog in onderzoek. 75 jaar NIOD, Uitgeverij Boom, 192 pagina’s (€ 24,90)

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie juli 2020. 

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven