Recensie: Toen wij naar Rotterdam vertrokken

In 1989 verscheen The UnDutchables, een boek waarin twee Angelsaksen hun kijk op de Nederlanders gaven. Een van hun doelen was de lezers te laten lachen. Fumiko Miura is een Japanse Rotterdammer en haar debuut Polderjapanner gaat over de verschillen en overeenkomsten die haar zijn opgevallen tussen haar geboorteland en Nederland. Zij houdt in plaats van een lachspiegel eerder een handspiegel voor, waarin ze ook zichzelf bekijkt. 

Door Sandra Broertjes 

Waar The UnDutchables weinig ruimte liet voor de Nederlandse kant van het verhaal, vergelijkt Miura Nederlandse gewoonten met Japanse en kan zij dingen ook vanuit Nederlands perspectief zien. Er zijn zaken die voor haar niet wennen, zoals iedere dag een boterham met kaas mee naar kantoor en die opeten op de werkplek. Een buitenlander die haar boek leest zou kunnen denken dat de meeste Nederlanders eten zien als iets dat efficiënt moet worden afgehandeld en dat ze bijvoorbeeld allemaal dol zijn op inhaken in een polonaise. ‘Het schijnt,’ zo schrijft Miura over vakantiegewoonten, ‘dat veel Nederlanders het prettig vinden om steeds naar dezelfde vertrouwde plekken te gaan om tot rust te komen.’ 
Er zijn overigens verschillende Nederlandse trekjes waarvan Miura gecharmeerd is, zoals het feit dat mannen het niet raar vinden hun eigen was te doen en te koken. Nadat ze in Kobe haar latere echtgenoot Hans had ontmoet in een wasserij, stelde hij voor samen een hapje te eten. De rekening werd gedeeld. ‘De gewoonte dat mannen voor vrouwen betalen is de andere kant van de medaille van de Japanse paternalistische cultuur. Het kan puur uit gastvrijheid en ruimhartigheid voortkomen, maar de keerzijde is dat de man meer controle krijgt over vrouwen. Hans deed het niet uit gierigheid, maar om de gelijkheid.’ 

Miura was in haar tienerjaren als uitwisselingsstudent naar de VS gegaan en daar bleek haar Engels gebrekkig te zijn, wat haar zelfvertrouwen ondermijnde. Omdat ze dat niet nogmaals wilde meemaken, ging ze in Nederland direct naar een taalschool, maar: ‘Thuis bleven we Japans met elkaar spreken. Mijn Nederlands was nog lang niet goed genoeg om me onbelemmerd uit te kunnen drukken. Bovendien vond ik het ongemakkelijk om ineens in een andere taal  te communiceren, alsof we een nieuwe relatie aangingen. In het Japans kon in expressief en manipulatief zijn. Ik kon het gesprek sturen zoals ik wilde. Maar in het Nederlands was ik stil en werd Hans degene die het gesprek stuurde, en dat vond ik niet altijd leuk.’ 
Niet alleen de taal, het klimaat en het eten zijn nieuw voor Miura, maar ook dat ze niet langer deel uitmaakt van de dominante groep in de samenleving. Andere onderwerpen die in Polderjapanner aan bod komen zijn onder meer Nederlandse klantvriendelijkheid, kimono’s, leren om te presteren versus leren voor het plezier en trakteren op het werk: ‘Dat de jarige zelf geld moet uitgeven om genoeg taartjes te kopen en ze vervolgens uit moet delen vond ik in eerste instantie de omgekeerde wereld. Je wilt gefeliciteerd worden door zelf mee te delen dat je jarig bent? Dat leek mij een vreemde vorm van aandachttrekkerij en narcisme.’ De jarige Miura deelt zelfgebakken brownies uit en erkent: ‘dat het een positief effect heeft op de werkvloer en ook op mijzelf.’ 

Miura legt naar mijn smaak iets te veel uit. Nadat ze bijvoorbeeld heeft beschreven dat Japanse kinderen in Europa in de jaren tachtig en negentig door hun medescholieren werden gepest met hun Japanse lunch, geeft ze aan hoe het er nu aan toe gaat op een Rotterdamse school: ‘Mijn dochter kwam thuis en vertelde mij dat ze op de meeneemlijst voor het kerstdiner ‘sushi’ had opgeschreven. Daar waren sommige kinderen al dolenthousiast over.’ Waarna ze toch nog verder uitlegt: ‘Goed, het tij is blijkbaar gekeerd. Sushi is nu een gewild gerecht, ook voor Europese kinderen.’  

Niet alle observaties over Nederland in Polderjapanner zijn voor mij herkenbaar, maar het boek biedt een interessante kijk op Nederlanders door iemand van buitenaf, die gelukkig niet heeft gekozen voor een lachwekkende karikatuur. 

 Fumiko Miura, Polderjapanner, Uitgeverij Van Oorschot, 216 pagina’s (€ 22,50) 

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant, editie maart.

Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5317

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven