Recensie: Klein huisje, grote problemen

De dagen dat in de buurt op zoek gaan naar spannende ontdekkingen een avontuur was, liggen ver achter me. Maar eventjes kwam dat gevoel weer terug bij het lezen van Het vuurhuisje van Keir Graff. Alleen zijn de avonturen van Dagmar, de stoere hoofdpersoon, toch wel net iets spannender dan het vinden van een buitenlandse munt. 

Door Oglaya Doua

De zomer van de twaalfjarige Dagmar verloopt heel anders dan ze had gehoopt. In plaats van met haar vader Trent op zoek te gaan naar speuralia en lekker met haar vrienden te chillen, zit ze vast met haar vader, stiefmoeder en halfbroertje in een tiny house op wielen midden in het bos. Alsof ze gaan kamperen. Een miljoen kilometer verwijderd van haar vrienden (zo voelt het) en zonder bereik in de middle of nowhere, zit er niks anders op voor Dagmar dan op onderzoek uit te gaan en een manier te vinden om het hele kampeeridee te saboteren. Dan ontdekt ze een gigantisch, excentriek gebouw in het uitgestrekte woud dat van een miljonair blijkt te zijn. Zijn zoon, een over het paard getilde jongen die alles heeft, behalve vrienden, is een eikel maar ook in voor avonturen. Wanneer er een bosbrand ontstaat, wordt alles en iedereen bij elkaar gedreven – tegen wil en dank – en moeten ze zien te ontsnappen aan de vlammen.
Iedereen weet dat een twaalfjarige weghalen van vrienden en forceren om op een paar vierkante meter te leven met familie waar je niet voor gekozen hebt, een recept is voor onheil. Graff weet goed die tegenzin van een twaalfjarige te beschrijven. In grappige dingen, zoals de gezonde veganistische maaltijden van Dagmars stiefmoeder die niet bepaald lekker zijn, maar ook in de eenzaamheid die Dagmar ervaart als haar vriendinnen op een verjaardag zijn waar ze niet bij kan zijn. Als je twaalf bent, is dat een van de ergste dingen die je kunt meemaken. 
Gelukkig weet Dagmar zich wel te vermaken. Door haar nieuwsgierigheid en drang voor avonturen ontdekt ze boobytraps, een vrouw die mediteert in een isolatietank om walvisliederen te zingen en sluit ze zelfs een (soort van) vriendschap met een onmogelijke jongen die geobsedeerd is door wedstrijdjes winnen. Sommige avonturen zijn wellicht wel heel avontuurlijk en een tikje ongeloofwaardig (van een roltrap een paar verdiepingen naar beneden glijden om te ontsnappen aan een bodyguard), maar dat doet niets tekort aan de lol van het lezen van de perikelen in het leven van Dagmar. 
Het vervelende halfbroertje, de onwaarschijnlijke vriendschap, het zit er allemaal in. Graff heeft met Het vuurhuisje een grappig en hartverwarmend boek geschreven waarin het uiteindelijk om familie en vriendschap draait. Fijn hoor, zo’n kinderboek dat serieuze thema’s als scheidingen en familieruzies serieus neemt zonder betweterig over te komen, en tegelijkertijd ook aandacht besteedt aan de fantasie en magie van het kinderlijke. Voor de avontuurlijke lezer, jong of oud, een genot om te lezen. 

Boekgegevens

Keir Graff, Het vuurhuisje, vertaling: Annemarie de Vries, Uitgeverij Van Holkema & Warendorf, 256 pagina’s (€ 16,99)

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant, editie december 2020.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven