Recensie: Een uitvinding van mezelf

In haar fenomenale biografie De uitvinding van de natuur volgde Andrea Wulf de Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt en zijn expedities in de vroege negentiende eeuw. Haar nieuwe boek Rebelse genieën richt zich hoofdzakelijk op de jaren voorafgaand aan Von Humboldts reizen, en op de groep mensen met wie hij in het liberale universiteitsstadje Jena de basis legde voor de Romantiek. 

Door Yannick Schueler

De zogenaamde Jena-kring was eind achttiende eeuw een nogal kleurrijk en gevarieerd gezelschap, met naast Von Humboldt en zijn broer Wilhelm ook de schrijvers August Wilhelm en Friedrich Schlegel, de toneelschrijver Schiller, de denkers Fichte en Schelling, de dichter Novalis en niemand minder dan Goethe. Maar als er iemand als centraal personage aangewezen moet worden, dan is dat Caroline Böhmer-Schlegel-Schelling, een vrouw die, voordat ze in Jena aankomt, al een heel leven achter de rug heeft. Wulf portretteert haar als een intelligente, vrijgevochten vrouw wier ‘esprit’ het hoogste gezag van de groep was: “Haar gedachten, ideeën en suggesties vormden de spil van het werk en de ambities van de vriendenkring,” schrijft Wulf, “maar terwijl de rest probeerde een stuk land te claimen om er een vlag te planten, was Caroline als een rivier die door het landschap stroomde en droge grond veranderde in vruchtbare akkers.” 

Geïnspireerd door het inzicht van de Duitse verlichtingsdenker Immanuel Kant dat de wereld alleen kenbaar is door het filter van de eigen geest, en door de idealen van de kersverse Franse Revolutie, begon de Jena-kring zich te focussen op het ik. De bevrijding van dit ik, niet alleen uit verstikkende maatschappelijke en religieuze dwangbuizen, maar ook uit ongelukkige huwelijken en saaie carrières, kwam centraal te staan. De persoonlijke ervaring werd de drijvende kracht achter ons begrip van de wereld. Waar de natuurwetenschappen de objectieve helft van ons natuurbeeld schiepen, werd dit beeld voltooid door de kunsten met hun subjectieve blik. Het individualisme, waar we als maatschappij nog steeds de al dan niet wrange vruchten van plukken, vond hier in Jena zijn oorsprong, betoogt Wulf. 

Toch is Rebelse genieën absoluut geen droge uiteenzetting van de verscheidene tinten waarin de Romantische filosofie tot wasdom kwam. Wulf houdt zich aan het credo van de stroming dat een volledig beeld alleen door het persoonlijke kan ontstaan. En dus schetst de auteur een zinnelijk beeld van Jena, en zet ze een evenzeer levendige studie neer van haar idealistische inwoners, die als Titaantjes over de pleinen flaneren, drinken in de kroeg en ijsberen op hun studeerkamers. Vol vaart schrijft Wulf over het korte lontje van de arrogante Fichte, over Novalis die zich na het sterfbed van zijn verloofde letterlijk probeert dood te denken, over de rotte appels die de ziekelijke Schiller in zijn bureaulade verstopt, en over de kinderachtige ruzies en onderlinge affaires die deze slangenkuil van een groep regelmatig opbraken. Soms waren zijn vrienden wat al te veel met hun ik bezig, vond Goethe, die tot het bittere einde als een pater familias boven de kring uittorende. 

Zouden we niet allemaal een roman van ons leven moeten maken, vroeg Novalis aan Caroline. Andrea Wulf lijkt in haar schitterende boek aan deze oproep te hebben beantwoord. 

 

Andrea Wulf, Rebelse genieën. De eerste romantici en de uitvinding van het ik, vertaling: Fennie Steenhuis en Nannie de Nijs Bik-Plasman, Uitgeverij Atlas Contact, 608 pagina’s (€ 39,99) 

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant, editie november 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5319

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven