Boys will be boys

Toen Myrthe van der Meer haar boekenkast ordende, viel haar één ding op. Waarom zijn er honderden boeken over het houden van katten, honden en paarden, maar is er geen eentje over mannen? Met Het houden van mannen brengt ze daar verandering in.

Voordat ik Van der Meer spreek, probeer ik te bedenken waar de schrijfster zoal onderzoek gedaan moet hebben voor Het houden van mannen. Zou ze zich opgehouden hebben in de sportkantine tijdens de derde helft van een voetbalelftal? Of zou ze met een aantal kerels de kroeg in zijn gedoken om ze van dichtbij te observeren? De schrijfster onthult dat haar research veel uitgebreider was dan dat. ‘Het boek is het resultaat van twintig jaar onderzoek. Dat begon als veertienjarig meisje op het schoolplein, toen mannen mij voor het eerst begonnen op te vallen. Ik dacht: waarom zijn ze zo anders?’ Geen gekke gedachte voor een pubermeisje, maar ook na haar tienerjaren bleven mannen op haar pad komen. ‘Vooral tijdens mijn studietijd heb ik een aantal bijzondere exemplaren ontmoet, maar ook in mijn werk als redacteur. Zelfs tijdens mijn opnames op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis, waarover ik en Paaz en Up schreef, was driekwart van de psychiaters en psychologen man.’
Van der Meer is eraan gewend om personen haar omgeving te observeren, en richt zich daarbij niet alleen op mannen. ‘Ik heb Asperger. Daarom let ik altijd goed op het gedrag van andere mensen. Als ik iemand observeer, denk ik vaak: is dit gedrag dat ik kan imiteren, of doet iemand nu iets heel afwijkends?’

Hoe gedegen haar onderzoek is geweest, blijkt uit de gevarieerde inhoud van de gids. Werkelijk alle facetten over het houden van mannen komen voorbij. Waar moet je aan denken voordat je tot aanschaf overgaat? Wat is het eetpatroon van de man, en hoe kun je hem het best verzorgen? Ondanks de humor en het absurdisme waarmee ze haar boek heeft doorspekt, is Van der Meer na het schrijven wel degelijk anders tegen mannen aan gaan kijken. ‘Ik ben mijn eigen man niet beter gaan verzorgen, maar mijn eisen ten aanzien van het andere geslacht zijn wel realistischer geworden. Mannen zijn gewoon anders, misschien moeten we dat helemaal niet proberen te veranderen.’ Ze moet er dan ook niet aan denken om een kloon van zichzelf op de bank te hebben zitten. ‘Stel je voor, iemand die ook elke maand ongesteld is, of over zijn schuldgevoel wil praten. De man is een intrigerend wezen dat je zoveel mogelijk intact moet laten. Het zijn juist vrouwen die de omgang met de man vaak onnodig gecompliceerd maken.’
Van der Meer vindt dat Het houden van mannen daarom ook geen antimannenboek is geworden, iets wat veel mensen wel verwachtten. ‘Toen werd aangekondigd waar dit boek over zou gaan, heb ik veel reacties gehad. Gek genoeg kwamen deze vooral van vrouwen. Voordat ze een letter hadden gelezen, vonden ze het een seksistisch boek. De meesten wilden vooral dat ik consequent zou zijn. ‘Je kunt ook geen boek schrijven dat ‘Het houden van vrouwen heet’ omdat dat seksistisch is, dus dan ook niet ‘Het houden van mannen’.’
Volgens Van der Meer missen deze mensen de essentie van haar verhaal. ‘Ik zeik helemaal geen mannen af. Ik neem vooral mijzelf op de hak, want ik put uit mijn eigen ervaringen, zwaktes en vooroordelen in mijn omgang en relaties met mannen. Als er dus iemand klungelig overkomt, dan ben ik dat.’

Zelf houdt Van der Meer al meer dan tien jaar een man. Ze kwam erachter hoe hij over het boek dacht toen ze samen geïnterviewd werden door De Telegraaf. ‘Hij zei dat hij wel zag dat dingen grappig bedoeld waren, maar hij vond het zelf niet grappig.’ Volgens de schrijfster blijkt uit zijn antwoord maar weer eens het verschil tussen mannen en vrouwen. ‘Mijn eerste gedachte was: zegt hij nou tegen een journalist van een landelijke krant dat hij mijn boek niet grappig vond? Een vrouw zou dit veel diplomatieker oplossen. Die zegt: ik vond het een leuk boek, maar ik denk niet dat ik de juiste doelgroep ben.’ Toch heeft Van der Meer hem tijdens het lezen van Het houden van mannen regelmatig zien lachen. ‘Als hij dan tijdens een interview zo’n antwoord geeft, dan denk ik: wat ben je af en toe toch een eikel,’ geeft ze lachend toe.
Aan het einde van ons gesprek vertel ik Van der Meer dat ik zelf moeite heb met het houden van een man. Haar advies is simpel. ‘Laat je vooral niet gek maken door het beeld dat de media van relaties schetst. Als je meerdere keren hebt gevraagd om de wc-bril na een toiletbezoek niet omhoog te laten staan, kan een man dat nog steeds vergeten. Dit betekent niet dat hij niet van je houdt, maar vrouwenbladen trekken die conclusie vaak wel. Je krijgt door zulke berichtgeving het idee dat je niet op zoek moet naar een man maar naar een soort halfgod, en dat je niet met minder genoegen moet nemen. Vrouwen die al langer samen zijn met een man zullen je vertellen dat de realiteit heel anders is. Mannen zijn juist zo leuk omdat ze gewoon man zijn.’

Boekgegevens

Myrthe van der Meer, Het houden van mannen. Veldgids voor de praktijk, The House of Books, 224 pagina’s (€ 19,99)

Dit artikel verscheen eerder in de Boekenkrant, editie juli 2017

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven