Boekfragment: Viktor

Viktor van Judith Fanto is een hartveroverende, waargebeurde familiegeschiedenis over de betekenis van familiebanden. 

I
Mijn grootmoeder werd geboren op de dag dat Gustav Mahler stierf. Amper zeven jaar na de dood van Dvořák. En in de lente waarin Stravinsky’s Petroesjka zijn première beleefde.

Aan dat eerste feit hechtte mijn grootvader bijzondere betekenis. Hij leed aan een ernstige vorm van wat wij in onze familie ‘Mahleritis’ noemen: een koortsachtig verlangen naar het eigenhandig voltooien van Mahlers onafgemaakte muzikale nalatenschap, de Tiende Symfonie. Grootvader geloofde heilig in de kracht van de geboortedatum van zijn echtgenote. Bovendien hadden zijn eigen grootouders aan de Weense Schwarzenbergplatz een paar jaar lang bij Mahler om de hoek gewoond en die twee feiten zouden hem precies díé metafysische verbinding geven met de componist, die maakte dat hij de hiaten in de partituur geheel naar diens geest kon invullen.

Ofschoon geen van de andere familieleden mijn grootvaders radicale hartstocht voor Mahler deelde, vervulde de componist, toen toch al zestig jaar dood, in ons dagelijks leven een levendige rol. Natuurlijk werd bij ons, net als in alle meer of juist minder Joodse families, de alternatieve jaartelling ‘voor de oorlog – in de oorlog – na de oorlog’ gehanteerd. Maar om gebeurtenissen van voor de oorlog nauwkeuriger te dateren, bedienden de volwassenen zich van mijlpalen uit het leven van Gustav Mahler. Zo wist ik dat Laura, het zusje van mijn grootvader, was geboren op de winteravond waarop Mahlers Tweede Symfonie in de Wiener Musikverein werd opgevoerd en dat een oom van mijn grootmoeder was getrouwd op de dag dat Mahler zijn Vijfde voltooide.

Over die oorlog werd binnen onze familie overigens uitsluitend in bedekte termen gesproken. Anders dan veel andere kinderen uit Joodse families was ik met het trio ‘weggehaald,  op transport gesteld en omgekomen’ – als eufemismen voor ‘opgepakt, gedeporteerd en vermoord’ – nauwelijks bekend. Zelfs deze bedrieglijk onschuldige begrippen waren mijn grootouders te veel. Over de moord op hun dierbaren spraken zij alleen in termen van het onweerlegbare resultaat. ‘Otto? Die leeft niet meer.’

In ons leven speelden de dode familieleden een even bescheiden als belangwekkende rol. Aan de ene kant vormden zij als gestileerde figuranten slechts het tweedimensionale decor om ons, de nog levende familieleden, als personages scherper te kunnen uitlichten. Tegelijkertijd fungeerde elk van de doden met zijn specifieke, bejubelde eigenschappen en talenten als Absolute Standaard Voor Juist Leven.

Zo was het monopolie op schoonheid binnen onze familie in handen van Laura en wij, de kleinkinderen, waagden het niet haar naar de kroon te steken. Eindeloos konden we staren naar het smoezelige zwart-witportretje van wat volgens onze grootouders ooit het mooiste meisje van Wenen was, dat wil zeggen: voordat de nazi’s haar met één kogel de dood injoegen, hetgeen zoals gewoonlijk werd samengevat met de woorden: ‘Laura? Die leeft niet meer.’

Waar Laura de godin was van de bekoorlijkheid was Otto, de neef van mijn grootvader, ons ijkpunt voor muzikale virtuositeit en niemand die zijn status van Beste Kindermusicus Ooit kon evenaren, al was het maar omdat Otto eeuwig jong zou blijven.

Boekgegevens

Judith Fanto, Viktor, Uitgeverij Ambo|Anthos, 392 pagina’s (€ 24,99)

Dit fragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie augustus 2020.

Berichten gemaakt 5330

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven