Boekfragment: De oppas

Jet van Vuuren schrijft oer-Hollandse thrillers waarin vrouwen de hoofdrol spelen. Vrouwen met een bepaalde achtergrond, een tikkeltje verknipt, moordlustig, maar toch herkenbaar.

10 oktober
U weet zeker dat uw man alleen zijn smartphone uit de auto ging halen?’ vroeg de politieagente aan Dorien.
‘Natuurlijk weet ik dat,’ verzuchtte Dorien. De tranen liepen nu over haar wangen. Ze had geen zin meer om ze tegen te houden. Daar was ze inmiddels veel te uitgeput voor. Ze vroeg zich af hoe ze verder moest zonder Anton.
Sinds hij dinsdagavond de deur uit ging om zijn mobiel uit de auto te halen ontbrak van hem ieder spoor. Ze had natuurlijk diezelfde avond nog de politie gebeld, maar volgens hen startten zij pas met een zoektocht als de persoon langer dan vierentwintig uur vermist was. De meeste mensen komen vanzelf weer terug, was hun motto.
Anton kwam niet terug. Anton bleef weg.
Drie avonden terug – op de avond waarop Anton en Dorien hun vaste bridgeavondje met de achterburen hadden – kwam Anton erachter dat hij zijn smartphone miste.
Er werd een kaartpauze ingelast. Dorien schonk een glaasje wijn voor haar gasten, serveerde daarbij een van haar zelfgemaakte hartige koekjes en Anton spoedde zich naar buiten.
Ze wist het nog goed. Ze had voor het eerst sinds tijden weer eens een avond gehad zonder pijn. Daar had ze natuurlijk wel de nodige maatregelen voor moeten nemen, maar dat gaf niet.
Als voorbereiding op de avond had Dorien rond de lunch een extra slaappilletje genomen. Daarop had ze de rest van de middag in bed doorgebracht. Slaap loste veel op. Tja, als ze eerlijk was dan had ze het grootste deel van haar huwelijksleven min of meer verslapen. Ruim twintig jaar nu, en al die tijd had Anton niet één keer geklaagd over zijn ziekelijke vrouw.
Dorien voelde de kille krokodillenogen van de agente over haar lichaam glijden. Ze was niet gek, ze zag hoe de blik van de vrouw op haar gekromde vingers bleef rusten.
‘Artrose,’ zei Dorien en ze stak haar rechterhand omhoog. ‘Een sluipende ziekte.’
De politieagente gaf een kort knikje. Enigszins verlegen draaide de vrouw haar hoofd om.
‘Heeft uw man u ooit laten merken dat hij depressief was?’ vervolgde ze.
‘Depressief?!’ Dorien schoot in de lach. Ze schudde haar hoofd en als ze zich niet zo verdrietig en ellendig had gevoeld, had ze vast en zeker nog veel harder moeten lachen.
Nee, als er iemand van hen tweeën neigde naar een depressie, dan was zij het wel. Anton beurde haar juist op door haar zijn lachebekje te noemen. Dat was lief van hem. Temeer omdat de keren dat ze ongelukkig was en huilend in bed lag vaker voorkwamen dan andersom. En hoewel ze de laatste jaren minder somber was en haar uiterste best deed om het leven iets optimistischer te nemen, lukte dat haar maar nauwelijks. Maar dat ging deze politieagente niets aan.
‘Depressief?’ herhaalde ze. ‘Welnee…’ Haar gezicht stond alweer ernstig. ‘Mijn man en ik hadden…’ ging ze verder. Ze wachtte even. Haar ogen werden groot omdat ze aan het eigenlijke doel van dit bezoek werd herinnerd. ‘… mijn man en ik hébben een heel goed huwelijk waarin het woord “depressie” niet past. We zijn heel gelukkig…’ vervolgde ze zacht.

9789045211435-600-0 (1)

Boekgegevens

Jet van Vuuren, De oppas, Karakter Uitgevers, ISBN 978 90 452 1143 5 (€ 15,00)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie november 2015.

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven