Interview met Wensly Francisco: ‘Nederland kent verschillende parallelle werelden’

De jonge Lucci verhuist op zijn zevende met zijn moeder van Curaçao naar een achterstandswijk in Tilburg, nadat zijn vader de benen heeft genomen. Hij droomt van een carrière als rapper of filmmaker, maar zijn werkelijkheid bestaat uit geweld, vernederingen en anarchie. De verleiding van de straat is groot, maar ondanks alles vecht Lucci voor een betere toekomst. De autobiografische roman Rust van Wensly Francisco laat zien hoe we in parallelle werelden naast elkaar leven, en hoe lastig het is om patronen te doorbreken. 

Door Sanne van der List

Je hebt bewust gekozen voor een autobiografische roman. Waarom? 
‘Ik wilde sowieso een roman schrijven, en een wereld creëren waarin ik de rauwe jaren negentig van Nederland en specifiek van Tilburg laat zien, omdat ik daar ben opgegroeid. Mijn hoofdpersoon Lucci komt in die wereld terecht. Om te laten zien hoe die toen voelde en hoe die eruit zag, heb ik gebeurtenissen die ik vroeger heb meegemaakt in de roman verwerkt. Het is dus een roman met autobiografische elementen erin, maar een groot gedeelte van het verhaal is fictief. Ik heb Lucci gecreëerd, zodat ik zelf meer afstand kon houden tot het verhaal. Als ik het over mezelf zou hebben, dan had ik het misschien bevooroordeeld geschreven. Ik wilde zo min mogelijk mijn eigen emoties in het verhaal verwerken.’  

Waarom vind je dat je dit verhaal moet vertellen? 
‘Ik zie het boek als een leidraad om anderen aan het denken te zetten. Heel veel mensen vragen zich bijvoorbeeld af of het een migratieverhaal is. Dat is niet zo, want ik ben verhuisd van een Nederlands eiland naar Nederland zelf. Wat ik aan de lezers wil laten zien is dat het een Nederlands verhaal is, maar dat Nederland verschillende parallelle werelden kent. Die jongen die opgroeide in het Gooi of dat meisje in de Blaak in Tilburg hebben een hele andere beleving van de jaren negentig dan ik in Tilburg-Noord. Soms botst dat weleens. Het enige dat je kunt doen, is die verschillende beleveniswerelden respecteren. Als we elkaar respecteren, dan gaan we elkaar ook meer begrijpen.’ 

Hoe was het voor jou om de stukken te schrijven die wel waargebeurd zijn? 
‘Soms zat ik met tranen in mijn ogen te schrijven als het over iets ging dat ik in het echt heb meegemaakt. Ik zat er op sommige momenten ook helemaal doorheen. Dan besloot ik één tot twee weken te stoppen om afstand te kunnen nemen van die emotie, om dan weer verder te kunnen gaan met schrijven.’ 

Welke passage was voor jou bijvoorbeeld moeilijk om over te schrijven? 
‘Het stuk over mijn moeder die samen met mij uit huis gezet dreigde te worden, omdat ze schulden had opgebouwd. Bij zo’n gebeurtenis merk je pas hoe weinig je eigenlijk bezit. Als kind kwam ik op een dag thuis en al mijn bezittingen lagen in een winkelwagen. Ik dacht dat ik daarmee van de ene kant naar de andere kant van Tilburg-Noord moest reizen en dat iedereen me dan zou zien en vragen zou stellen. Dat zijn onwijs pijnlijke momenten. Het is lastig om die herinneringen op te halen. Iedereen gaat er vanuit dat alles in je huis veilig is en dat zoiets jou niet overkomt. Maar het kan iedereen overkomen, om allerlei redenen. Bij mijn moeder was het een onstabiele situatie die gepaard ging met schulden. Toch ging ze niet bij de pakken neerzitten en besloot ze er wat aan te doen door de illegaliteit in te gaan. Ik vraag me af welke beslissing andere alleenstaande moeders in Nederland nemen als ze in zo’n zelfde situatie zouden zitten.’  

In het laatste gedeelte van het boek gaat Lucci het leger in. Waarom heb je ervoor gekozen om hiermee het boek af te sluiten, in plaats van dat hij zijn droom om filmmaker te worden verwezenlijkt? 
‘Ik vond de dag dat ik mijn militaire opleiding afsloot heel bijzonder. Dat was voor mij het begin van een nieuwe tijd. Toen ik uit de opleiding kwam, wist ik namelijk dat mijn leven zou veranderen. Daarmee wilde ik eindigen. In het leger werd ik een heel ander persoon. Je komt met een stel andere jongens en meisjes binnen die allemaal hun eigen motivatie hebben om het leger in te gaan. In de ogen van de militairen ben je eerst een “nutteloze kutburger” en daarom word je gelijk aangepakt. Ik had wel de fysieke kracht, maar in het leger heb je ook discipline nodig en moet je mentaal sterk zijn. Dat moest ik leren. Uiteindelijk krijg je rust als je alles hebt overwonnen, van je moeilijke jeugd tot aan het leger.’ 

 Wensly Francisco, Rust, Uitgeverij Lebowski, 256 pagina’s (€ 21,99) 

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie december 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5319

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven