Interview Anna Enquist: Het toneel van de vrouwenliteratuur

Sloop, de nieuwste roman van Anna Enquist, gaat over de veertigjarige componiste Alice Augustus. Qua loopbaan presteert zij op de toppen van haar kunnen, culminerend in de opdracht om een stuk te schrijven voor het aanstaande jubileum van het Koninklijk Symfonie Orkest. Haar privéleven daarentegen wordt overschaduwd door een zware kindertijd en een allesomvattende kinderwens. Een interview met de auteur aan de hand van citaten uit het boek.

Door Martijn van Bruggen

Anna Enquist (c) Bianca Sistermans

‘Ik durf dat zelf helemaal niet te bedenken: dat ik liever door hem was lastiggevallen, bedreigd, belaagd, dan genegeerd. Verwaarloosd.’(p. 62)

‘Een vraag om aandacht. Nog liever negatieve aandacht dan helemaal niks. Alice is opgegroeid in een kwaadaardig gezin, dat is althans hoe zij het beleeft. Ze voelt zich heel erg afgewezen door haar moeder. Haar vader is meer onverschillig. Dat heeft veel invloed gehad op haar latere gedrag, omdat het ontzettend veel jaren heeft geduurd. Vanaf heel jonge leeftijd al heeft zij zich niet op haar plaats kunnen voelen in het gezin. En de dingen waar zij warm voor liep, die werden in haar idee afgekeurd en mochten niet. Haar kinderwens heeft hier ook mee te maken. Ze probeert onbewust, of half bewust, het goed over te doen. Ze zou een goede moeder willen zijn. Maar tegelijkertijd heeft ze helemaal geen zelfvertrouwen op dat gebied. Dat vind ik zo raadselachtig aan haar: ontzettend zelfverzekerd op muziekgebied, in haar vak, maar als vrouw en als moeder kan ze zichzelf helemaal niet waarderen.’

‘Iedereen heeft plannen. Iedereen verheugt zich op wat er komen gaat. Mij lukt dat niet. Ik kijk met afgrijzen vooruit. Met huiver. Beklemd.’ (p. 251)

‘Alice kan geen toekomstplan voor zichzelf ontwerpen. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen twee grondhoudingen. Ze is óf een bevlogen componiste die helemaal op kan gaan in haar vak óf ze voelt zich beroerd en niets waard. Ze krijgt het niet bij elkaar. Ze kan wel fantaseren van: ik ga een stuk maken, een goede componist zijn… Maar dat leven daarnaast hè; dan valt ze weer in dat zwarte gat van die gebrekkige zelfwaardering.

‘In de tijd dat zij studeert, de jaren zeventig, is het heel ongewoon dat een meisje componist wil worden. Dat voelt ze ook wel op het conservatorium, hoe ze in de compositieklas eigenlijk niet geaccepteerd wordt. Maar ze zet gewoon door omdat ze weet van zichzelf: ik wil dit en ik kan dit. Daarin is ze heel sterk. Als je een vak hebt waar je van houdt, dan kan je daar natuurlijk nog een zekere vreugde uit peuren als de rest van je leven niet zo leuk is. Het kan een oplossing zijn. Maar het is bij haar wel echt het een of het ander.’

‘Taal is verschrikkelijk. Woorden nivelleren alles.’ (p. 137)

‘Ik denk dat dit erg met haar vak te maken heeft. Ze beleeft het meeste plezier aan muziek en hét kenmerk daarvan is dat het zonder woorden is. De muziek, het woordeloze, roept gevoelens bij haar op. Misschien heeft dat iets te maken met die narigheid in haar jeugd. Een klein kind heeft ook nog niet zo veel woorden tot zijn beschikking. Alice verlangt naar woordeloos begrepen worden. Als ze het moet specificeren in woorden, dan klopt het weer niet. Je ziet ook dat ze daar huiver voor heeft. Op het moment dat ze een oratorium gaat maken, heeft ze er tekst bij nodig en moet ze naar iemand toe die dat voor haar gaat schrijven. Je voelt gewoon dat ze heel zenuwachtig is, heel wantrouwig. Dat wantrouwen tegenover de woorden zie je in heel veel dingen bij haar.’

‘Tot rust komen. Waar? Ben hier niet thuis. Ja, boven misschien, bij de componeertafel. Allemachtig, dit is mijn eigen huis, waarom ben ik hier een vreemde?’ (p. 33)

‘Ik heb het idee dat vrouwen veel makkelijker en beter schrijven over dagelijkse dingen. Denk bijvoorbeeld aan het werk van Anne Tyler, Penelope Fitzgerald of Jane Gardam. Dat zijn allemaal heel belangrijke boeken die over essentiële levensproblematiek gaan, maar het is beschreven aan de hand van een huisvrouw of iemand die in de keuken staat met een schort voor. Terwijl, als mannen dezelfde problemen beschrijven in de literatuur, het heel vaak over zogenaamd heel grote dingen gaat: oorlogen, zakelijke conflicten waar veel geld mee gemoeid is. Dat is meer de grote wereld. Ik denk dat literatuur altijd wel over dezelfde dingen gaat: over mensen die problemen hebben met het leven. Maar het toneel waarop het zich afspeelt is in de vrouwenliteratuur veel kleiner en huiselijker. Dat wordt dan gezien als minder, terwijl ik denk: het zou zo aardig zijn als je het gewoon zou kunnen zien als anders. Je hebt toch het idee dat je niet echt goed gelezen wordt. Dat het snel wordt afgedaan als: “O, het zijn van die kneuterige vrouwenprobleempjes.”

‘Bij mijn keuzes voor onderwerpen voor romans ga ik af op wat ikzelf interessant vind om te onderzoeken. Dat is één keer met een historische roman over James Cook de grote wereld geweest, De thuiskomst, maar zelfs daar heb ik het nog omgebogen tot zijn vrouw, die veel thuis was. Ik ga toch niet een boek schrijven over wereldproblematiek omdat ik wil meetellen in de literatuur? Dat interesseert mij niks.’

Anna Enquist, Sloop, Uitgeverij De Arbeiderspers, 296 pagina’s (€ 22,50)

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie februari 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven