Interview Andy Griffiths: ‘In mijn boeken probeer ik altijd zo maf mogelijk te zijn’

Dit jaar is het Kinderboekenweekgeschenk niet gemaakt door een Nederlandse auteur, maar door twee Australische! Je kent schrijver Andy Griffiths en illustrator Terry Denton vast van hun De waanzinnige boomhut-serie. In dit cadeauboek, Waanzinnige boomhut-verhalen, vertellen ze een aantal avonturen die té waanzinnig waren voor hun boekenserie.

Door Mirjam Mulder

Weleens gehoord van Stoel-in-je-neus-dag? En weet jij wat er gebeurt als je een supertopper-zuigeropper gebruikt om schoon te maken? Dat zijn zomaar wat dingen die in de waanzinnige boomhut gebeuren. Vanuit zijn kleurrijke schrijfkamer met slingers, een discobal en een skelet met een Hawaï-ketting om, vertelt Andy ons er alles over.

Terry Denton en Andy Griffiths (c) Maikel Thijssen

Hoi Andy! Als iemand de andere Boomhut-boeken nog niet gelezen heeft, wat moeten ze dan weten voor ze aan dit boek beginnen?

‘Alles wat je moet weten, is dat Andy en Terry in een denkbeeldige, steeds groter wordende boomhut leven, waar alles mogelijk is. Er zijn geen regels, geen volwassenen, geen grenzen. En we zouden het fantastisch vinden als je binnenkomt en met ons komt spelen. Want dat is wat we doen: we spelen met woorden, plaatjes en ideeën. De boomhut is er 25 uur per dag, 8 dagen per week en 366 dagen per jaar. Je hoeft alleen maar het boek open te slaan en we zijn er.’

In het tweede verhaal in dit boek verandert Terry Andy met een toverstok in een hond. Zou jij een hond willen zijn?

‘Ja, ik denk dat ik een hondenleven wel leuk zou vinden: honden hoeven geen kleren aan, ze kunnen in de modder rollen, ze doen wat ze willen. Dat is een goed leven! Ik ben zelf opgegroeid met een hond genaamd Sooty. Hij was een klein hondje, maar had heel veel pit. Hij was altijd buiten, rende achter auto’s aan en probeerde de banden kapot te bijten, of was met andere honden aan het vechten. Hij was een hele stoute hond, maar hij leefde voor de volle honderd procent. Ik denk dat mijn personages dat ook doen: ze krijgen een idee, vragen zich niet af of het veilig is of niet, ze doen het gewoon. Dus in die zin is een hond altijd mijn model geweest voor het ideale personage.’

Stoel-in-je-neus-dag (c) Terry Denton

In het derde verhaal is het Stoel-in-je-neus-dag. Vind jij dat we meer van dat soort grappige dagen zouden moeten hebben?

‘In mijn boeken probeer ik altijd zo maf mogelijk te zijn. Stoel-in-je-neus-dag is daar een goed voorbeeld van. Ik bedoel, ik weet niet eens of het mogelijk is om een stoel in je neus te stoppen, maar dat is precies het punt: je kunt het je inbeelden, en dus hoef je het niet meer in het echt te doen.’

‘In de Boomhut-serie is er ook een Onderbroek-op-je-hoofd-dag, en die kwam wel uit het echte leven. Ik kom uit een grote familie en met Kerstmis lag er altijd een klein cadeautje op tafel, en één jaar waren het onderbroeken. Iedereen kreeg een nieuwe, en dus deden we die op ons hoofd, als feesthoedje. In de boekenserie is Onderbroek-op-je-hoofd-dag op 1 januari, en ik ben er zo trots op dat kinderen in Australië me op 1 januari altijd foto’s sturen waarin ze een onderbroek op hun hoofd hebben. Dat is gelukkig niet zo pijnlijk als een stoel in je neus.’

Gooi je juf of meester in een haaientank en kijk wat er gebeurt!

Stuiren kinderen ook wel eens ideeën voor de boomhut?

‘Ja! In elk Boomhut-boek zit meestal wel iets dat min of meer is bedacht door een lezer. Een van de meest bekende is het Opleidingsinstituut voor Ninjaslakken uit De waanzinnige boomhut met 52 verdiepingen. Een kind riep dat zomaar een keer naar me, en ik dacht: “Dat is zó grappig, daar moet ik iets mee doen!” Maar kinderen sturen ons de hele tijd lijstjes van ideeën en hun eigen tekeningen. Ze schrijven zelfs hun eigen boomhut-verhalen, die bijna net zo goed zijn als die van mij. Soms zelfs beter!’

Heb je tips voor kinderen om hun eigen boomhut-verhaal te schrijven?

‘Ja, stop jezelf in je het verhaal. En je vrienden, je hond of kat, je irritante kleine zusje of broertje. Overal om je heen zijn figuren voor je verhaal te vinden. Gooi bijvoorbeeld je juf of meester in een haaientank en kijk wat er gebeurt. Gebruik gebeurtenissen uit je eigen leven, en breng daarmee je boomhut tot leven.’

Andy Griffiths en Terry Denton, Waanzinnige boomhut-verhalen, vertaling: Edward van de Vendel, Stichting CPNB i.s.m. Uitgeverij Lannoo, 96 pagina’s. Een cadeau van de boekhandel bij besteding van € 12,50 aan Nederlandstalige kinderboeken.

Dit interview verscheen eerder in de BKJunior, editie september 2022.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven