Interview: Aefke ten Hagen

Aefke ten Hagen heeft al haar hele leven een kinderboek willen schrijven. Met Mijn moeder kookt soep van tafelpoten is niet alleen deze droom uitgekomen, maar ook haar wens om ouders met psychische problemen te helpen dit meer bespreekbaar te maken onder hun kinderen. Een onderwerp waar de auteur zelf als geen ander over kan meepraten.

Door Jeroen van Wijk

Mijn moeder kookt soep van tafelpoten gaat over de elfjarige Fiep en haar moeder Hilde, die een bipolaire stoornis heeft. Fiep wil het liefst dat haar moeder gewoon ‘normaal’ is en niet steeds manisch blij of heel erg verdrietig. Tegelijkertijd wil het meisje haar passie volgen, namelijk gitaarspelen, en ontmoet ze een leuke jongen genaamd Mats. Maar hoe kan ze hem ooit aan haar moeder voorstellen, als zij steeds gekke dingen doet, zoals in een elvenpakje naar school komen? ‘Het verhaal is wat dat betreft deels autobiografisch,’ legt Ten Hagen uit, die zelf net als haar vader met een bipolaire stoornis kampt en in haar dagelijks leven als communicatieadviseur bij Lister werkt, een stichting die mensen met psychiatrische en/of verslavingsproblemen begeleidt. ‘Ik ben bijvoorbeeld een keer net als de moeder van Fiep verkleed naar het schoolplein gegaan. Ik dacht dat hoort zo, want het is carnaval. Je staat er op zo’n moment echter niet bij stil dat dat gek overkomt, dus ik was verbaasd toen ik als enige ouder daar verkleed stond! Mijn kinderen vonden het gelukkig wel lachen.’ Soep van tafelpoten heeft de schrijfster gelukkig nooit gemaakt, maar de titel leek haar wel passend: ‘Ik wilde graag een titel die zou blijven hangen bij mensen,’ verklaart ze. ‘Ik wil dat kinderen en hun ouders zich afvragen wat er met die moeder aan de hand is.’

Praat erover!
Het boekmag dan een hoop absurde situaties beschrijven, toch is het een verhaal waar veel kinderen zich in kunnen herkennen. Fiep is namelijk een zogeheten ‘KOPPkind’, dat staat voor ‘Kinderen van Ouders met Psychiatrische problemen’, waarvan er zo’n 423.000 van 12 jaar of jonger in Nederland rondlopen. Het is als KOPPkind niet makkelijk om de drukte van school en de lastige thuissituatie te combineren. ‘Mijn moeder kookt soep van tafelpoten is eigenlijk ontstaan, omdat ik dat soort literatuur zelf heb gemist toen ik zo oud was als Fiep,’ vertelt de auteur. ‘Vroeger werd er altijd gezegd: “We hangen de vuile was niet buiten, niemand mag weten dat je vader bipolair is!’’ Als kind wist ik dat wel en ook dat het erfelijk is, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat ik het ook kon hebben. Daar werd niet over gepraat. Later begreep ik bijvoorbeeld veel beter waarom ik op een zonnige zondag uit het niets besloot samen met mijn broertje een Cabrio te kopen. Dat soort “impulsaankoopjes” zie je vaak bij mensen met een bipolaire stoornis.’
In het kinderboek heeft de hoofdpersoon ook amper mensen waarmee ze over haar thuissituatie kan praten. Haar beste vriendin begrijpt haar wel, maar het blijft voor Fiep erg lastig om het over de aandoening van haar moeder te hebben. Ten Hagen: ‘Het boek is ook echt bedoeld om kinderen te helpen en aan te sporen erover te praten. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat als je ermee blijft zitten, het alleen maar lastiger wordt. Ik hoop dat ik met dit boek kan bereiken dat er onder de jeugd meer over psychische problemen wordt gepraat. Daar zal de lesbrief die er bij het boek voor scholen is ontwikkeld, hopelijk ook aan bijdragen. Daarnaast zal ik de komende periode ook zelf bij een aantal scholen langsgaan om over mijn boek en mezelf te vertellen.’

Blijven schrijven
Hoewel Ten Hagen geen onbekende is in het boekenvak – eerder schreef ze de thriller Tijdens kantooruren en de roman In de naam van mijn vader – is het schrijven van een kinderboek voor haar een geheel nieuwe ervaring en daar ging veel tijd in zitten. ‘Het was voor mij moeilijk om de zorg voor mezelf en mijn gezin te combineren met het schrijven van dit boek,’ vertelt ze. ‘Mijn man heeft daarom vaak op zondagen gezegd: “Ga jij maar naar zolder om rustig te schrijven, dan ga ik ergens met de kinderen naartoe.”’ Ten Hagen heeft daarnaast veel hulp van haar redacteuren gehad, bijvoorbeeld over het taalgebruik van Fiep. ‘Ik had eerst veel “hippe” woorden in het boek staan, maar die moesten er allemaal uit. Volgens mijn redacteur wil je je daar als volwassene niet aan branden en verandert het taalgebruik zo snel dat het volgend jaar alweer verouderd zou zijn.’


Mijn moeder kookt soep van tafelpoten is het eerste kinderboek dat Ten Hagen geschreven heeft, maar zal zeker nog niet de laatste zijn. ‘Het liefst zou ik een hele kinderboekenserie willen schrijven over kinderen die ouders, broertjes of zusjes met een psychische aandoening hebben of zelf worstelen met een geestesziekte. Bijvoorbeeld een boek over een meisje dat een broertje met autisme heeft en beschrijft hoe lastig dat is voor het hele gezin. Ja, een hele kinderboekenreeks schrijven over de impact van psychiatrische problemen is mijn grootste droom!’  

Boekgegevens

Aefke ten Hagen, Mijn moeder kookt soep van tafelpoten, illustraties: Iris Boter, Uitgeverij Kluitman, 160 pagina’s (€ 14,99)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie november 2019.

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven