Column Lex Jansen: Te veel werk

Fabian Paagman ging mijn auteur voor naar het kantoor, waar hij zijn jas kon ophangen en zich in alle rust kon concentreren op het interview dat over een kwartiertje zou starten.

Terwijl ik nog wat praatte met één van de verkoopsters bij wie ik de spanning over wat zou gaan komen probeerde weg te nemen, kwam ook de interviewer binnen. Hem bracht ik naar het kantoor van Fabian waar hij regelrecht op Michel Houellebecq afstevende om hem te begroeten. De avond ervoor had hij hem al in Amsterdam gezien, tijdens een etentje. In het benauwde restaurant had Houellebecq zijn nat geregende jas niet uit willen doen en de eerste drie kwartier van het diner had hij zijn mond niet open gedaan, op wat vriendelijk gemompel na.

Hij logeerde in het Ambassade Hotel aan de Herengracht, schuin tegenover de uitgeverij. Ik haalde hem ruim op tijd op om samen naar Den Haag te gaan. De grote Franse schrijver zat naast me in mijn kleine, rode Peugeot 207, terwijl ik hem de veiligheidsgordel omdeed. Hij vond dat zelf niet nodig, maar ik vertelde hem dat het verplicht was. ‘Obligatoir?’ vroeg hij kinderlijk verbaasd, terwijl hij mijn gepruts met het ding zonder problemen toeliet. Van vele kanten had ik gehoord dat Michel niet de makkelijkste was, dat je op je hoede moest zijn. Ik merkte er helemaal niets van.
Onderweg vertelde ik over Amsterdam, de polders, het vliegveld dat meters onder de zeespiegel ligt. Verhalen die buitenlanders graag horen, omdat ze passen bij wat er in hun reisgids vermeld staat. Een mens zoekt bevestiging. Eerst hoorde ik zo af en toe het soort gemompel dat ik de avond van tevoren in het restaurant al aandoenlijk had gevonden, maar later bleef het naast me volkomen stil. Ik keek naar Michel en zag dat hij in een diepe slaap weggezonken was. Ik zweeg.

Hij werd pas wakker toen ik parkeerde. Hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij in slaap gevallen was en gaf zijn drankgebruik van de afgelopen nacht de schuld. Ik bedankte hem echter voor het compliment dat hij me had gegeven. ‘Compliment?’ Aan zijn pretoogjes zag ik dat hij benieuwd was naar wat er nu zou komen. ‘U vertrouwt me achter het stuur’, zei ik. ‘Zou u anders ooit zijn gaan slapen?’ Hij mompelde niet toen hij me oprecht bedankte.
Na zijn bezoek had ik contact met zijn Franse uitgever. Hij vertelde dat Michel het zeer naar zijn zin had gehad in Amsterdam, maar dat hij er toch nooit meer naartoe zou gaan. ‘Die lui van de uitgeverij hebben me zó hard laten werken!’

Jarenlang was Lex Jansen de uitgever en het gezicht van De Arbeiderspers. Sinds een jaar is hij directeur van het door hem opgerichte Magonia: uitgeverij en centrum voor schrijfbegeleiding. Vanaf december 2014 schrijft hij elke maand een column voor de Boekenkrant.

www.magonia.nl

Deze column verscheen eerder in de Boekenkrant, editie maart 2015

Berichten gemaakt 5330

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven