Column Lex Jansen: …en de dingen die voorbij gaan

Gisteren las ik op Twitter een bericht van een auteur, waarin hij zijn toekomstige lezers een prangende vraag stelde. Hij werkte aan een roman, schreef hij, een fictief verhaal tegen een hedendaagse achtergrond. De psychologische lijnen zouden de onderlinge relaties tussen de belangrijkste personages bloot leggen, maar de tekst zou óók een beeld schetsen van deze tijd. De tijd waarin wij leven. Betekende dat nu dat de coronacrisis een plek diende te krijgen in zijn vertelling, of kon de tekst ook hedendaags zijn zonder een rol voor de pandemie?  
Enerzijds vind ik het opvallend dat een schrijver zijn Twitteraccount gebruikt om zijn lezers raad te vragen, anderzijds kan ik me bijna niet voorstellen dat de keuze van een onderwerp mede afhankelijk is van het oordeel van toekomstige lezers. Zou niet de roman zelf de schrijver dwingen om al dan geen licht te laten schijnen op bepaalde onderwerpen? 
Ik herinner me nog levendig de eerste Frankfurter Buchmesse, kort na 11 september 2001. Niet alleen Amerikanen hadden afgezegd. Toch was de stilte in Halle 10 opvallender dan in de andere beurshallen. Op het hele beursterrein, maar vooral bij de ingangen, de roltrappen, de restaurants en de grote stands stonden gewapende militairen en ook buiten de Messe, in de stad, heerste een gelaten, angstige sfeer. Bij de gesprekken in het ‘agency centre’ werd besproken hoe de aanslagen op de Twin Towers een plek konden krijgen in de literatuur. Het zou nog vier jaar duren voordat Extremely Loud and Incredibly Close van Jonathan Safran Foer verscheen. Inmiddels is er een complete generatie jongvolwassenen voor wie de aanslagen op de Twin Towers horen bij ‘de geschiedenis’ en wat ooit gezien werd als een gebeurtenis ‘om nooit te vergeten’ is inmiddels al bij grote groepen onbekend. De vraag is gerechtvaardigd wat er langer zal worden herinnerd: de terroristische aanslagen zelf, of de roman van Safran Foer.  
In 2005 publiceerde de Engelse schrijver Chris Cleave zijn roman Incendiary, in Nederland verschenen bij De Arbeiderspers. Zelden kwamen literatuur en werkelijkheid zo dicht bij elkaar. In de roman van Cleave wordt een aanslag beschreven op de Londense Underground. Het boek werd gepresenteerd op 7 juli 2005. Die dag werd de Engelse hoofdstad getroffen door vier bomexplosies, drie in de underground en één op een bus, die geparkeerd stond op Russel Square. Er vielen zesenvijftig doden en zevenhonderd gewonden. Ook dat was een gebeurtenis waarvan iedereen zei dat hij hem nooit zou vergeten. Maar mensen willen misschien juist wél vergeten. Zodra de pijn weg is, voelen we hem niet meer. En dan gaan we weer naar beurzen, stappen we in de metro, bus, of vliegtuig alsof we onsterfelijk zijn. En als de coronacrisis onderdeel van een succesvolle roman wordt, moet er in de twintigste druk een noot geplaatst worden om uit te leggen wat dat ook alweer was, indertijd aan het begin van de jaren ’20 van deze eeuw. 

Deze column verscheen eerder in de Boekenkrant, editie april 2020.

Berichten gemaakt 5329

Eén gedachte over “Column Lex Jansen: …en de dingen die voorbij gaan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven