Boekfragment: Wie omkijkt

Wie omkijkt van Jeanine Cummins is een verpletterend verhaal over onheil, overlevingsdrang en liefde. 

Een van de eerste kogels vliegt naar binnen door het open raam boven het toilet waar Luca staat te plassen. Hij begrijpt niet meteen dat het een kogel is en hij heeft geluk dat het projectiel hem niet recht tussen zijn ogen raakt. Het ding maakt een zacht geluid als het langs hem heen vliegt en zich in de betegelde muur boort. Luca registreert het nauwelijks. De kogelregen die erop volgt is echter luid, daverend en bulderend, ratelend als een helikopter die met grote snelheid voorbij raast. Er klinkt ook een hoop geschreeuw, maar dat wordt al snel gesmoord door het geweervuur. Voordat hij zijn broek kan dichtritsen, de deksel van de wc-pot kan dichtdoen en erop kan klimmen om naar buiten te kijken, voordat hij heeft kunnen zien waar die verschrikkelijke herrie vandaan komt, zwaait de badkamerdeur open en stormt Mami naar binnen. 
Mijo, ven,’ zegt ze, zo zachtjes dat Luca haar niet kan horen. 
Ruw duwt ze hem richting de douche. Hij struikelt over de tegel bij het opstapje en valt voorover. Mami landt boven op hem, waardoor hij een tand door zijn lip valt. Hij proeft bloed. Een donkere druppel maakt een klein rood cirkeltje op de groene vloertegel. Mami duwt Luca in de hoek. 
Er zit geen deur in deze douche, en er is geen gordijn. Het is gewoon een hoek in de badkamer van zijn abuela, met een extra betegeld muurtje, zodat het toch een douchecel lijkt. Deze muur is ongeveer een meter zeventig hoog en een meter breed – met een beetje geluk net groot genoeg om Luca en zijn moeder aan het zicht te onttrekken. Luca’s rug zit klem, zijn smalle schouders raken beide muren. Zijn knieën heeft hij opgetrokken naar zijn kin, en Mami’s lichaam is om hem heen gevouwen als het schild van een schildpad. De deur van de badkamer staat nog steeds open. Dat baart Luca zorgen, hoewel hij vanwege het schild van zijn moeder en de primitieve barricade van het douchemuurtje de deuropening niet kan zien. Het liefst zou hij zich loswurmen en de deur met zijn vinger een zacht duwtje geven. Hij weet niet dat zijn moeder hem opzettelijk heeft laten openstaan omdat een gesloten deur erom vraagt uit te zoeken wat zich daarachter bevindt. 
Het geknetter van geweervuur gaat buiten onverminderd door en mengt zich met de geur van houtskool en verbrand vlees. Papi is daarbuiten carne asada aan het bakken, en Luca’s lievelings-hapje: kippenpootjes. Luca vindt ze alleen lekker als ze een beetje zijn aangebrand, als het velletje zo heerlijk knapperig is.  
Zijn moeder tilt haar hoofd heel even op om hem aan te kunnen kijken. Ze legt haar handen om zijn gezicht en probeert zijn oren te bedekken. Buiten lijken de schoten elkaar minder snel op te volgen. Dan is het even stil, waarna het geluid in korte salvo’s terugkeert. Een echo van het onregelmatige, wilde ritme van zijn hart, denkt Luca. Tussen het kabaal door kan Luca de radio nog steeds horen. Een vrouwenstem kondigt ¡La Mejor 100.1 FM Acapulco! aan, waarna Banda MS zingt hoe fijn het is om verliefd te zijn. Iemand schiet de radio kapot, en dan klinkt er gelach. Mannenstemmen. Twee of drie – Luca weet het niet zeker. Harde voetstappen op Abuela’s binnenplaats. 
‘Is hij hier?’ vraagt een van de stemmen. De man staat net aan de andere kant van het raam. 

Boekgegevens

Jeanine Cummins, Wie omkijkt, vertaling: Carola van der Kruk-de Boer en Annet Niewold-de Boer, Uitgeverij Mozaïek, 408 pagina’s (€ 23,99) 

Dit interview verscheen eerder in de Boekenkrant, editie maart 2020.
 

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven