Boekfragment: Tegenspraak

In Tegenspraak komen twee jonge juristen komen in conflict met zichzelf, elkaar én de rechtsstaat.

‘Dus hij is vrijgesproken terwijl hij het wél heeft gedaan?’ Oma Sophia kijkt haar ongelovig aan.

Hélena kauwt op haar sperziebonen. ‘Het is zelfs nog gekker, oma. Hij wilde ook graag in de cel blijven. Maar ja, je kunt iemand niet veroordelen als het juridisch niet klopt.’

Sophia’s mond is opengevallen.

‘De officier had de fout in de tenlastelegging op de zitting kunnen wijzigen, maar ze heeft het niet op tijd gezien. Ze kan in hoger beroep om het recht te zetten, maar ik denk niet dat ze dat doet.’

Nu de zaak op zitting in de openbaarheid is besproken, kan Hélena er eindelijk wat over vertellen. Ze legt haar bestek neer en kiest haar woorden zorgvuldig. Misschien had de rechter in dit geval het gebrek ambtshalve kunnen herstellen. Dat stuk kan ze vertellen. De rest, hoe er gereageerd was op de gang toen ze terugliepen van de zitting, dat is ingewikkelder. Er was veel discussie. Marja had haar armen opgeheven en gezegd: ‘Luister! Als ik zo’n rommelzitting krijg, dan maak ik er het beste van, ik wil niet steeds alle fouten van het Openbaar Ministerie hoeven herstellen.’ Frank had zonder dat Marja het zag een wenkbrauw opgetrokken. Het had Hélena een raar gevoel gegeven.

Oscar was druk geweest met een zware zitting. Hij had ook geen tijd gehad om te lunchen, dus was ze alleen naar buiten gelopen. De vragen die oma nu heeft, speelden toen ook door haar hoofd. Justus had aan het eind van de dag gebeld, maar ze had niets verteld. Hij zou alleen maar irritante dingen gaan zeggen als: ‘Rare ambtenaren, de mond vol over waarheidsvinding, maar ondertussen geen idee hoe je dingen praktisch oplost!’

Ze snijdt een stuk van de gehaktbal op haar bord. Niemand maakt ze zoals oma. Ze ziet dat Sophia haar zwijgend aan zit te kijken, wachtend op verdere uitleg.

‘Het is weer heerlijk, oma.’

Sophia glimlacht. ‘Pittig vak heb je gekozen, Leentje. Er zijn vast veel dingen die je niet kunt vertellen.’

Hélena kijkt haar dankbaar aan en gaat verder met eten. Het is beter om er niet meer aan te denken.

Maar Sophia laat het daar niet bij. ‘Ik weet zeker dat je het goed gaat doen. Jij denkt altijdzo goed over alles na.’

Hélena schudt haar hoofd. ‘Iedereen is zo slim en zelfverzekerd, oma. Sinds… er iets misging… ben ik zenuwachtiger dan eerst.’ Haar vergissing met het proces-verbaal waardoor haar verdachte met kerst binnen had gezeten zit haar nog altijd hoog. Het was eigenlijk niet eens haar fout, maar ze heeft wel het gevoel dat ze erop wordt afgerekend. Misschien heeft Oscar wel gelijk, denkt ze terwijl ze haar mes en vork op haar lege bord legt. ‘We doen ons best,’ had hij gezegd toen ze ’s avonds samen de rechtbank verlieten, ‘maar ook met ons beste best gaan er dingen mis,’ en hij had haar een speels duwtje tegen haar schouder gegeven. Zijn blauwe ogen hadden de dag een stukje lichter gemaakt.

Sophia staat op en leunt met haar handen op het tafelblad. ‘Luister goed, Hélena, jij gaat nu niet aan jezelf twijfelen! Jij bent voor dit beroep in de wieg gelegd.’ Sophia’s ogen fonkelen bijna boos.

Hélena moet lachen. ‘Zo keek je ook altijd als ik mijn kamer op moest ruimen en een nieuwe smoes had bedacht.

Pamela Guldie en Ernestine Hoegen, Tegenspraak, Uitgeverij Spectrum, 304 pagina's (€ 22,99)

Dit fragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie juli 2023.
Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5295

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven