Boekfragment: Naamloos

Pepijn Lanen schreef met Naamloos een rauw, eerlijk en humoristisch boek over het leven en de liefde.

Het begint met dat ik me mijn naam niet meer kan herinneren. Het is een hele schappelijke halfnegen ’s ochtends in de badkamer van een woning gelegen binnen de ring. In de ronde spiegel die bij de wasbak hoort, staat een niet meer zo jonge man met ontbloot bovenlijf en haar dat wel een borstel kan gebruiken. Een mond vol elektrische tandenborstel en lippen vol schuim roerloos onder twee verwarde ogen die me aan staren. Terwijl het verwisselbare opzetborsteltje stug door blijft boenen op dezelfde plek, graaf ik in de zandbak van mijn geheugen naar de combinatie, voor- en achternaam, die me al tweeëndertig jaar voor een groot gedeelte van mijn identiteit voorziet.
Flarden schieten voorbij maar niks blijft plakken. Iets met een a? Een tussenvoegsel? Kort van voren, familienaam overdreven lang uitgerekt? Ergens midden in de zoektocht naar waarheid verliest de hand waarmee ik op de wasbak leun de strijd met het porselein. Terwijl deze wegglipt, schrik ik me een hartverzakking.
Ik knipper met mijn ogen en spuug een mondvol Parodontax het afvoerputje in. Terwijl ik mijn tong poets ga ik mijn stappen na en kom tot de conclusie dat naast wakker worden in mijn, weliswaar tijdelijke, maar toch eigen bed, er vandaag vrijwel nog niets gebeurd is, laat staan iets wat doorgaans tot verlies van eigennaam leidt. Het raam in de badkamer toont een strak witte lucht. Ik voel me opgesloten op aarde. Mijn nagels zijn te lang. Niet per se om te zien, maar wel in het gebruik. Wanneer ik een ochtendstrontje uit mijn ooghoek peuter, prikt de nagel op onaangename wijze in mijn oogbal.
‘Ik had wel blind kenne wezen,’ grapt de jonge man in de spiegel.
Eerst moet ik lachen, dan schaam ik me ineens en uiteindelijk doe ik maar alsof hij het nooit gezegd heeft.

Ik spoel mijn mond en neem een paar slokken ijskoud water. Ik rommel in een bakje met badkamertroepjes op zoek naar een nagelknipper, waarvan ik op voorhand al denk dat ik die in ieder geval niet daar ga vinden. Anders waren mijn nagels waarschijnlijk al geknipt geraakt, ergens in de afgelopen dagen. In een vlaag van enthousiasme haal ik mezelf over om een paar push-ups te doen. Ik kom tot dertien herhalingen voordat ik er geen zin meer in heb en mijn bovenarmen beginnen tegen te sputteren. Als ik omhoogkom is daar weer de spiegel. Het hoofd boven het ontblote bovenlichaam is rood aangelopen.
Het gezicht herken ik uit duizenden. Het is het gezicht van een volslagen vreemde, waarvan ik toch elke detail kan dromen. De ogen altijd hetzelfde; vragend en doelloos. De neus waar ik net goed mee weg ben gekomen en de mond die ook maar gewoon een mond is. De nulstand is er een van onnozelheid.
Ik wrijf met beide handen over het gezicht van de vreemde.
‘Hoe heet jij ook alweer?’; de woorden verfrommeld in mijn handpalmen. Een zenmoment bekruipt me maar wordt op het laatste ogenblik afgewend door toetergeluid uit de verte. Een kusje van het stadse leven.

9 Cover Naamloos

Boekgegevens

Pepijn Lanen, Naamloos, Uitgeverij Ambo Anthos, ISBN 978 90 263 3317 0 (€ 18,99)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie februari 2016

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven