Boekfragment: Het schaduwspel

In haar nieuwe historische roman beschrijft Simone van der Vlugt de levens van Eva Ment en Jan Pieterszoon Coen, en een belangrijke periode uit de Nederlandse geschiedenis, de zeventiende eeuw.

Dat was ook wat haar aandacht trok, die avond toen ze Jan ontmoette: hij stond met Tessel Italiaans te praten, wat ze een beetje vreemd vond.
Hij was al wat ouder, zevenendertig, gereserveerd maar knap. Hij had een gaaf gebit en donker, kort haar, wat zijn scherpe gelaatstrekken accentueerde. Het zorgvuldig geknipte baardje gaf hem iets intellectueels, waardoor hij goed bij het gezelschap van die avond paste.
Toen Lysbet en Eva zich bij hen voegden, schakelden Tessel en Jan over op het Nederlands. ‘Mag ik u voorstellen aan twee vriendinnen van mij? Dit zijn Lysbet en Eva Ment.’ Tessels hand fladderde van de een naar de ander. ‘Lysbet, Eva, dit is Jan Pieterszoon Coen. De man over wie heel Amsterdam praat. Wat zeg ik? Heel de Republiek!’
De heer Coen glimlachte bescheiden, maar Tessel had niet overdreven. Jan Pieterszoon Coen was een naam die iedereen kende.
Hij was voor de Vereenigde Oostindische Compagnie naar Indië gevaren en had daar, op het eiland Java, de stad Batavia gesticht en het monopolie veroverd op de lucratieve specerijenmarkt.
Een man van groot aanzien dus, met de rijkdom van een vorst. En die man, zevendertig jaar oud en nog altijd ongehuwd en kinderloos, was teruggekeerd naar Holland, op zoek naar een bruid. Ook dat wist iedereen op de een of andere manier.
De heer Coen maakte een hoffelijke buiging. ‘Zeer aangenaam, dames.’
‘Lysbet en Eva zijn familie van Pieter Hasselaer,’ zei Tessel.
‘Werkelijk?’ Op Coens gezicht verscheen een trek van interesse.
‘Hij was onze oom,’ zei Lysbet. ‘We waren erg op hem gesteld. Zijn zoon is getrouwd met Agatha, de zus van Cornelis Hooft, de dichter.’
‘En Cornelis Hooft is een van mijn beste vrienden,’ zei Tessel.
‘Ik ben een groot bewonderaar van de heer Hooft.’ Coen glimlachte naar Lysbet en Eva. ‘Het is een kleine wereld, nietwaar?’
Lysbet beaamde dat. Eva zweeg, want ze begreep dat deze ontmoeting vooral bedoeld was om haar zus onder Coens aandacht te brengen.
Dat vond ze prima. Ze was pas achttien, ze hoefde nog niet aan trouwen te denken. Maar Lysbet was in september vierentwintig geworden, voor haar begon de tijd te dringen.
Voor Anna trouwens ook, bedacht ze, terwijl ze het gesprek aan zich voorbij liet gaan. Tessels zus was al veertig, en nooit getrouwd geweest. Qua leeftijd zou zij beter bij Coen passen, maar als hij kinderen wilde, maakte ze natuurlijk weinig kans. Tessel was negentwintig jaar, en verloofd. Over een maand zou ze gaan trouwen met de Alkmaarse officier Allart Janszoon Crombalch en dan in de kaasstad gaan wonen, tot verdriet van Lysbet.
Coen was net even te laat naar zijn vaderland teruggekomen en dat speet hem. Eva zag het aan de manier waarop hij naar Tessel keek. Tessel was ook beeldschoon, alle mannen vielen voor haar. Zelf hield ze vooral van haar kunst. ‘Ik trouw met de man die me vrij laat,’ zei ze altijd.
Blijkbaar was ze ervan overtuigd dat Allart Janszoon Crombalch haar die vrijheid zou gunnen, overtuigd genoeg om hem naar Alkmaar te volgen. Of iemand bereid zou zijn om Jan Pieterszoon Coen naar Indië te volgen, vroeg Eva zich af.

Boekgegevens

Simone van der Vlugt, Het schaduwspel, Uitgeverij Ambo|Anthos, 348 pagina’s (€ 20,00)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie juli 2018.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven