Boekfragment: De zonden van onze vaders

In 1962 verdween de vader van de Zweedse bokskampioen Börje Ström spoorloos. Nu is zijn lichaam na al die jaren gevonden, in de vriezer van een overleden alcoholist. Met een schotwond in zijn nek. Forensisch patholoog Lars Pohjanen heeft nog maar kort te leven wanneer hij Rebecka Martinsson vraagt om aan de zaak te werken. Het laatste waar zij op zit te wachten is het werken aan een verjaarde zaak, maar hoe kan ze iemands laatste wens weigeren? De zonden van onze vaders van Åsa Larsson is het zesde en laatste deel in de spannende Rebecka Martinsson-serie.

Ze bond haar ski’s onder en gleed, zich zachtjes afzettend, weg over de bevroren sneeuw. Die was hard en glanzend, het vereiste enige behendigheid om overeind te blijven als de ski’s naar opzij gleden. Onder de bomen, waar druppels smeltende sneeuw waren neergekomen, was het bovenste laagje extra hard, als ruw, dik glas. Als de zon de sneeuw vanochtend nou zodanig opwarmde dat ze erdoorheen zakte, zou ze zich op die gedeeltes nog kunnen voortbewegen.
Maar vooralsnog hield de sneeuw het prima en was het heerlijk licht vooruitkomen. De stalen randen van haar ski’s lieten amper een spoor na. Ze hoorde een paar raven. Vanuit de verte zou je die kunnen verwarren met hondengeblaf, maar al vrij snel verschenen ze om, roepend naar elkaar, nieuwsgierig over haar heen te vliegen.

De tijd vloog voorbij en ze was verbaasd toen ze het geluid van stromend water hoorde. Was ze er al? Ze keek op haar horloge. Halfzes. Ze skiede het laatste stukje tussen waterwilgen door; ze stonden al in bloei met hun pluizige knoppen.
Ze volgde het riviertje stroomafwaarts tot ze bij de sneeuwbrug kwam. Hij was er nog. Een mooie steiger van ijs en sneeuw boven het begin van de stroomversnelling.
Maar eerst zou ze koffiedrinken. Er was een heuveltje, op slechts twintig meter van de steiger. Bovenop stond een mooie pijnboom, laag en knoestig. Rond de stam was de sneeuw al zodanig verdwenen dat ze daar kon zitten om er haar vuurtje te maken.
Ze sprokkelde wat dode takken en iets om het mee aan te maken; grijze sparrentakjes, berkenbast, baardmos en wat jeneverbestakjes. Ze maakte een gat in de sneeuw en vulde haar koffiepot en haar pannetje met sneeuw. Durfde geen water uit het riviertje te halen, het was te ijzig langs de randen. Ze wilde er niet in vallen. De manke logica van deze voorzichtigheid deed haar glimlachend hoofdschudden. Maar het moest op háár manier gebeuren.

Met behulp van haar vuurstick kreeg ze het vuur aan. Het was een trots van haar, overal en in elk weertype vuur te kunnen maken, zonder er onnodig het doosje lucifers bij te hoeven pakken. Ze had nu al vijf jaar hetzelfde luciferdoosje. Eigenlijk belachelijk, vanbinnen zo prat gaan op iets dergelijks.

Net op het moment dat de koffie klaar was ging haar telefoon. Ze viel bijna om van verbazing, nam de koffiepot van het vuur en haalde haar telefoon uit haar binnenzak. Het was drie over zes. Het nummer was van een vaste lijn. Wie belde er tegenwoordig nog met een vaste lijn? En het was een 0981-nummer. Het dorp waar ze vandaan kwam had ook dat nummer.
Wantrouwend staarde ze naar haar telefoon. Het was jaren geleden dat ze iemand uit dat gebied gesproken had. Maar hij bleef maar overgaan. En ten slotte nam ze op.
Het was een man aan de andere kant van de lijn. Zijn stem klonk jong.
‘Spreek ik met Ragnhild Pekkari?’ vroeg hij zich af. ‘No sitten. Ik vrees dat ik geen goed nieuws heb.’ 

Åsa Larsson, Rebecka Martinsson 6. De zonden van onze vaders, vertaling: Marika Otte, Uitgeverij Ambo|Anthos, 512 pagina's (€ 22,99)

Benieuwd geworden? Bestel dit boek bij uw lokale Boekenkrant-boekhandel. Kijk hier voor een overzicht.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven