Boekfragment: De heilige

In het nieuwe boek van Martin Michael Driessen vertelt Donatien, die geboren wordt in het jaar van de Franse Revolutie, zijn levensverhaal in de vorm van een hedonistische schelmenroman. Hunkerend naar roem en erkenning buit hij al zijn talenten uit in het opportunistische spel van het menselijk bestaan.

In de tijd dat ik een kind was dachten velen dat ik een heilige was, of voorbestemd het te worden. Een overtuiging die in de loop der jaren geleidelijk afzwakte en ten slotte lange tijd verdween nadat ik die vrouw van de kerktoren had gegooid.
Ik zal u zo goed ik kan over mijn leven vertellen, dat van 1789 tot kwart over zes in de ochtend van 7 juni 1839 duurde. Het einde had ook anders kunnen komen dan door de valbijl, want de dood heeft geen weet van ons. Ik zag het levenslicht kort na mijn geboorte. Jupiter vormde een trigoon met Venus, wat als een uitzonderlijk gunstig voorteken wordt beschouwd, en bovendien gebeurden er in dat jaar allerlei belangrijke dingen in de wereld: de eerste katholieke bisschop in Amerika werd benoemd, het element uranium ontdekt en sultan Abdul Hamid I overleed.
U kent ongetwijfeld de afbeeldingen van de jonge Jezus, op de schoot van zijn moeder gezeten, het hoofdje gesierd door een aureool? Welnu – zo’n kind was ik. Men geloofde in mij. Ik vond dit vanzelfsprekend, en als zuigeling heeft men sowieso geen keus in zulke dingen. Ik liet me de verering aanleunen en begon me pas veel later af te vragen waarmee ik die had verdiend. Ik nam me voor ooit de Bijbel te lezen, maar dat is er niet van gekomen. Achteraf denk ik dat mijn totale ongevoeligheid voor de begrippen goed en kwaad destijds al een grote rol hebben gespeeld. Ik was in het geheel niet vooringenomen en hield van alles en van iedereen die zich in mijn begrensde blikveld vertoonde, of het nu om mijn lieve moeder ging, een stel nare tantes, een poedeltje of mijn drankzuchtige vader, die molenaar was. Ik hief af en toe een mollig handje, en keek iedereen en alles met even stralende ogen aan. Ik denk dat dit ertoe leidde dat de goede mensen zichzelf in mij herkenden en dat de kwaden mijn genegenheid als een soort vergiffenis beschouwden. Deze bijzondere gave is mij mijn leven lang goed van pas gekomen, of het nu om de permanente zwendelarij ging waarmee ik in mijn levensonderhoud voorzag, of om het troosten van stervenden. Ik ben altijd van nature zeer mooi geweest en dat privilege stemde mij mild ten aanzien van de wereld. Ik moet er niet aan denken hoe mijn leven zou zijn verlopen als ik klein en lelijk was geweest. Maar laat ik in het midden beginnen, want dat is altijd een goede plaats om te beginnen. Dat betekent in mijn geval: op het slagveld van Craonne in maart 1814. Ik had toen precies de helft van mijn leven achter me, wat ik natuurlijk op dat moment nog niet wist. Met de gevechtshandelingen had ik hoegenaamd niets van doen, want ik leidde destijds een plezierig leventje in een boerderijtje aan de Ailette met een struise weduwe die ik Pupuce noemde, maar nieuwsgierigheid dreef me erheen.
Ik ging welgemoed en voor mijn doen vroeg op pad, rond een uur of tien, en volgde de Chemin des Dames, een benaming die ik altijd bekoorlijk heb gevonden. Het was een prachtige dag, zonnig en koud, en het landschap was bedekt met een dun laagje stuifsneeuw; dat beviel me beter dan het totale winterse wit dat ik altijd beklemmend heb gevonden omdat de hele wereld dan maar uit één element lijkt te bestaan.

Boekgegevens

Martin Michael Driessen, De heilige, Uitgeverij Van Oorschot (€ 22,50)
Verschijnt 13 september

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie september 2019.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven