Boekfragment: Blindelings

Kris Van Steenberge maakte met Woesten (bekroond met De Bronzen Uil en de Debuutprijs in 2014) een droomdebuut. Recent verscheen Blindelings, een roman over schoonheid en verval, daden en dromen, uitverkorenen en verdoemden.

Ik heb daarnet mijn hond afgemaakt en aan de vissen gevoerd. Een schot tussen de ogen. Welgemikt. Hoe ik het kon.
Weer thuiskomen, nu ja wat heet thuis, heeft mij veel moeite gekost. Hier zit ik, in de lederen zetel, parelmoer van kleur wist de verkoopster met de fluwelen stem mij te zeggen. Mijn gezicht is gewend naar de deur die uitkomt op de entree van deze flat, in dit gebouw, in deze stad.
Deze vreselijke stad. De gebarsten parel aan de kustlijn van dit lage land. Eenzaamheid hangt hier, zelfs bij goed weer, als smog in de straten. Bejaarden sloffen over de stoepen, hun wandelstok of rollator als enige metgezel. Anderen, die met zichzelf en hun verpierde leven nog een beetje uit de voeten kunnen, slepen een boodschappenkarretje achter zich aan, dat ze vullen met etenswaren, drank, kattenvoer en nutteloze hebbedingetjes waartoe ze zich door bedrieglijke slogans hebben laten verleiden. Een mens laat zich het liefst van al belazeren. Met een zekere regelmaat genaaid worden geeft ook houvast. Zodra de zon hier haar waterige lentelicht over de vervallen, leegstaande gebouwen drapeert, verschijnen ze op de dijk: bruggepensioneerde mannen in slechtzittende shorts en bijbehorende foute sokken. Met hun knokige knieën, spataders en te bleke huid lopen ze zwijgend naast hun wederhelften, op hun beurt gehuld in leggings die hun te dikke buik en billen accentueren, onder trainingspakken in fletse kleuren en T-shirts voorzien van anderstalige quotes die ze niet begrijpen. En als ze ze toch begrijpen, is het onbegrijpelijk dat ze ze dragen. Deze stad is de moeder van de slechte smaak.
Toch houd ik van dit oord, van mijn appartement met uitzicht op de jachthaven. Heel in de verte zie je de zee. ’s Avonds tingelen de ringen van de zeiltouwen een zachte symfonie tegen de masten die telkens weer anders klinkt. De meeuwen glijden eroverheen alsof ze hun laatste wals dansen. Het is het meest troostende geluid dat er bestaat.
Liefde en haat voor deze stad. Vandaag is het haat. Ik heb deze ochtend mijn hond doodgeschoten op het strand en aan de vissen gevoerd. Alleen de koningin der badsteden met haar ebbe en vloed, is smerig en hoerig genoeg om hem, Tristan, die lieve brave reu van drie jaar, in haar wateren te verzwelgen. Het beest zelf kon er niets aan doen. Het beest was er ook niet voor verantwoordelijk dat het alles gezien heeft. De kroongetuige van mijn laagste daad der daden. Met de trouwe hondenkop heeft het elk detail waargenomen. Het beest wel. Ik niet. Dat het alles voor altijd in die fidele kop zou blijven meedragen, en dat ik daar steeds aan zou worden herinnerd als het de snuit op mijn schoot zou leggen en zachtjes zou janken om een hand in zijn vacht – dat, precies dat kon ik niet meer aan.
Vanmorgen, vroeg in de ochtend. Het schemerde nog. Geen mens in de straten. We wandelden naar de waterlijn. Het was laagtij. Beheerst bleef hij naast me lopen. Geen dol gekwispel of zotte sprongen in het rollende water. De hond die leidt. Bij het water bleef hij rustig voor mij zitten. Zo gehoorzaam. Ik was verbaasd dat ik het kon. Een kogel tussen zijn ogen. Ik heb hem naar het water gesleept, als voer voor de vissen.
Ik haat het strand. Oh wondermooie stad.

11-bf-05-podium-blindelings-afb

Boekgegevens

Kris Van Steenberge, Blindelings, Uitgeverij Podium, 280 pagina’s, ISBN 978 90 575 981 7 (€ 19,95)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie oktober 2016

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven