Boekenkrant-schrijfwedstrijd: Contactverlies

Het verhaal ‘Contactverlies’ van Anoniem (naam bekend bij de redactie) is één van de vijf genomineerde verhalen voor de Boekenkrant-schrijfwedstrijd. De schrijver werkt in een zorginstelling en probeert met dit verhaal de verwarrende belevingswereld van een van de cliënten te vangen.

23-04 Ochtend
Zo ontzettend moe ben ik. Hoe gaan mijn dagen? Wat doe ik altijd? Wat doe ik nu?
Als ik wakker word staat SE in mijn kamer. Waarom ik nog in bed lig, vraagt ze. Ik ben door mijn wekker heen geslapen, zeg ik. Ik sta op en voel een natte plek. ‘Ga maar douchen,’ zegt ze. Na het douchen voel ik verdriet. ‘Ik heb zoveel aan mijn hoofd,’ zeg ik. ‘Ga maar ontbijten,’ zegt ze. Ontbijten is lastig. Thee ook. Ze nodigen me uit voor koffie. Maar mijn thee is nog niet op. 

23-04 Middag
Wandelen. Maar ze volgen me. Op mijn appartement is BD. ‘Ze volgen me,’ fluister ik. ‘Ik heb je gehoord. Ik moet weer verder,’ zegt ze. 

23-04 Avond
Aan tafel zit ik. HR komt binnen. ‘Ze willen me iets aandoen,’ zeg ik. ‘Ik heb je gehoord. Is er nog wat op TV vanavond?’ zegt ze. 

24-04 Ochtend
Opeens sta ik bij het raam. De radio staat aan. BD komt binnen. ‘Waarom heb je nog niet gedoucht?’ vraagt ze. ‘Ik heb niet geslapen,’ zeg ik, ‘ik hoorde mijn buurman steeds.’ ‘Waarom staat de radio aan?’ vraagt ze. ‘Dat heeft de buurman gedaan,’ zeg ik. ‘Wanneer komt mijn broer me halen?’ ‘Willem, je staat in je broek te plassen. Het is vandaag vrijdag. Ga maar douchen,’ zegt ze. 

24-04 Middag
BW is bij me. ‘Zit er vergif in mijn limonade?’ vraag ik. ‘Nee,’ zegt ze, ‘drink maar op, dat is goed voor je.’ Waar is mijn bord? Ik open de koelkast. ‘Je bord staat in de kast,’ zegt BW, ‘en de yoghurt moet je hebben.’ ‘Mijn stem klinkt zo raar,’ zeg ik. Ik neem een keelsnoepje. 

25-04 Avond
In de verte zie ik mijn broer. Hij zwaait. Ik zwaait terug. SE is er ook. Ik mag niet naar mijn broer toe, zegt ze. Als broer weg is, zie ik mijn buurman. ‘Mijn bovenbuurman gaat mijn broer iets aan doen,’ zeg ik. ‘Dat lijkt me niet,’ zegt ze. ‘We gaan nu tanden poetsen.’ 

Het is bijna nacht. Ik ga naar mijn buurman toe. ‘Als je mijn broer iets aan doet, bel ik de politie,’ zeg ik. Mijn buurman zijn ogen zijn groot. Hij zegt niks en doet de deur dicht. 

26-04 Nacht
Plots zijn ze overal. Ik ben omsingeld. Ze komen door mijn vloer. Door mijn muren. Ze staren me aan. Ik kan niks. Een van hen richt zijn pijl en boog. Hij schiet een pijl in mijn nek. SE zit naast mijn bed en kijkt toe.

30-04 Ochtend
Ik zie een flard van ML en MH. ‘Het gaat niet zo goed, hè Willem,’ zegt ML. Ik krijg geen woorden uit mijn mond. Ik zwaai mijn hand voor mijn gezicht langs, als in ‘koekoek’.

De dokter vraagt: ‘Heb je ergens pijn?’ Ik zie duizend mensen in mijn appartement. Ik kan niet bewegen, niet praten. Twee van de duizend zeggen: ‘Kom we gaan, het is te druk.’ Daarna is het nog steeds te druk.

De dokter komt terug. Ze houden me vast en hij knijpt in mijn arm. 

01-05 Nacht
Ze komen op me af. Naar de deur moet ik. De deur is op slot. Duwen tegen de deur. Beuken tegen de deur. Hard. De deur blijft dicht. Ze zijn weg. Ik ben bang. Ik ga opgekruld achter mijn bed liggen. 

06-05 Middag
SE en MH houden me vast. De lepel gaat naar mijn mond. Mijn mond kan niet op tijd dicht. Ik duw het vocht met mijn tong naar buiten. ‘Jullie vergiftigen mij,’ zeg ik. De wereld is slow-motion. 

11-05
Als ik wakker word, is SE bij me. Ik voel verdriet. ‘Ik ben dol geworden,’ zeg ik. ‘Ik snap er niets meer van.’ ‘Als je dit lepeltje leeg drinkt, voel je je snel beter,’ zegt SE. ‘Maar dit is vergif,’ zeg ik. ‘Je bent niet dol. Het komt goed,’ zegt SE. ‘Dit zijn je medicijnen.’

Nawoord
Dit verhaal ging over ‘Willem’ (in werkelijkheid een andere naam) – een cliënt van me, die van de een op de andere dag in een delier geraakte. Delieren zijn een staat van verwarring en bewustzijnsverlies, en hebben meestal een lichamelijke oorzaak. Ze komen vaak voor bij ouderen en zieken. Zo ook bij een cliënt, die redelijk zelfstandig leefde, totdat zijn structuren omver werden geworpen door de coronacrisis. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit zijn structuren zo omver geworpen, dat hij in acute stress geraakte en dat hij vervolgens in deze staat van verwarring is geraakt. Lichamelijke oorzaken zijn niet te vinden, en dus is het delier niet direct te behandelen. Op dit moment gaat het redelijk met ‘Willem’. De angst is echter dat een terugval op de loer ligt, omdat onderliggende oorzaken nooit daadwerkelijk zijn gevonden. 

Dit verhaal heb ik voornamelijk geschreven om bewustzijn te creëren over wat deze crisis nog meer teweeg kan brengen bij mensen met een verstandelijke beperking, naast (de standaard en stigmatiserende zaken als) eenzaamheid en gedragsproblemen. Tevens zijn delieren geen zeldzaamheid: 1 tot 2% van de algemene bevolking maakt één of meerdere keren een delier mee in het leven; bij mensen in het ziekenhuis liggen de percentages tussen 14 en 24%. 

Berichten gemaakt 5315

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven