Recensie: Aan de lopende band

In Aan de lopende band. Aantekeningen uit de fabriek neem je een kijkje achter de schermen van het productieproces. In deze autobiografie laat de Franse schrijver Joseph Ponthus zien hoe hij twee jaar lang als productiemedewerker in de voedingsmiddelenbranche heeft gewerkt.

Door Nora van Ouwerkerk

Aan de lopende band belicht alle verschillende facetten waarmee een productiemedewerker te maken heeft; van het productieproces in de fabriek tot aan de arbeidsomstandigheden. Zo laat hij zien dat de onmogelijke ploegendiensten hun tol eisen, het werken via een uitzendbureau gepaard gaat met een hoop onzekerheid en dat er niet aan de hiërarchie in de fabrieken valt te ontkomen.
De rode draad in het verhaal is de uitputtingsslag die het werk is. Of Ponthus nu wulken in een visverwerkingsbedrijf sorteert of in een vleesfabriek tussen het slachtafval en bloed koeien aan rails voortduwt, een aanslag op het fysieke gestel is het iedere dag opnieuw. Het hoogtepunt van de werkdag van Ponthus en zijn collega’s is de pauze. Daar is door de fabriekseigenaren goed over nagedacht: ‘Om de arbeider zo goed mogelijk uit te buiten / Moet je het hem een heel klein beetje naar de zin maken / Het zegevierende kapitalisme heeft dat maar al te goed / begrepen / Want nood breekt wet / Dus lief citroentje / Rust maar lekker een halfuurtje uit / Dan kan ik nog wat sap uit je persen’.
Het zware werk weet Ponthus alleen vol te houden door bepaalde teksten van dichters en schrijvers en zangers op te roepen. Zo haalt hij regelmatig teksten en quotes van Apollinaire, Proust, Perec, Beckett en Jacques Brel aan. Zijn interesse in dichten en schrijven komt duidelijk naar voren in Aan de lopende band. Het werk is namelijk geschreven als een lang gedicht, zonder punten en komma’s. Het lezen van zo’n lang gedicht zorgt voor een unieke ervaring.
Ondanks het harde bestaan blijken er ook veel mooie momenten zijn. Als Ponthus schrijft over zijn vrouw en hun hondje Pok Pok, voor wie hij alles doet, voel je als lezer de ontroering. Daarnaast bestaat er ook een grote saamhorigheid onder de arbeiders uit de fabriek en zijn de kleine dingen van onschatbare waarde: ‘We zijn blij met niets / Kleinigheidjes die schoonheid en betekenis krijgen in het grote / al het grote niets van de fabriek / Een collega die aan je gezicht kan zien dat hij je even moet helpen / Een handeling die je steeds beter af gaat / Een machine die er tien minuten mee ophoudt / En je spieren die even kunnen ontspannen / Het weekend dat eraan komt / De werkdag die eindelijk afgelopen is’.
Als lezer krijg je door Aan de lopende band een buitengewone kans om het productiewerk te ervaren. Daarnaast maakt Ponthus je bewust van al het werk dat verricht moet worden voordat wij een visje of lekker stukje vlees op ons bord hebben liggen. Wellicht staan we hier voortaan iets langer bij stil?

Boekgegevens

Joseph Ponthus, Aan de lopende band, aantekeningen uit de fabriek, vertaling: Floor Borsboom, Uitgeverij de Arbeiderspers, 264 pagina’s (€ 21,99)

Deze recensie verscheen eerder in de Boekenkrant, editie augustus 2020.

Berichten gemaakt 5328

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven