Boekfragment: Hannelore

Hannelore van Otterloo is vijftien als ze wordt ontvoerd door sekteleider Vrieswijk. Eerst naar Israël, vervolgens naar Zweden en uiteindelijk belandt ze in Cyprus. Daar wordt ze opgesloten in een groot huis op het platteland van Aradippou. Seks, drank en drugs overheersen haar dagelijkse leven.  

In de maanden die volgden veranderde er niet zoveel in het ritme en het leven van Hannelore. Slechts sporadisch mocht ze het huis verlaten. Eén keer zelfs helemaal alleen, om haar visum te verlengen bij het Immigration Office in Larnaca. Zenuwachtig stapte ze in de bus naar het centrum.  
‘Vanaf het eindpunt loop je naar het strand,’ had Geertje uitgelegd, ‘en dan verder tot een kade. Dan nog een kilometer rechtdoor tot je het gebouw van de immigratiedienst ziet.’ 
Geertjes routebeschrijving klopte als een bus. Op het kantoor legde ze in gebrekkig Engels uit waar ze voor kwam. De dienstdoende officier sprak al net zo beperkt Engels en wellicht schiep dat een band, want binnen de kortste keren werd haar visum met zes maanden verlengd. Er viel een last van haar schouders. Hier kon de Profeet niets op aan te merken hebben. 

Niet alleen de Profetes maar ook Vrieswijk zelf kwam maar wat graag omhoog in de Geest met Huub Fargot. Hij woonde in Tilburg, waar hij in zijn huis kostbaarheden van de Gemeente verborgen hield voor de Belastingdienst, maar kwam regelmatig op bezoek. Nu stond hij met een koffer in zijn hand en een buidel om zijn nek voor de deur. Aagje stuurde alle zusters als straf voor iets wat ze niet hadden gedaan de straat op tot het donker werd. Ze maakten een wandeling door de omgeving, over stoffige wegen met bloeiende mimosa’s in de berm die een bedwelmende geur verspreidden. Net voor het invallen van het duister waren ze terug. De Profeet en Profetes waren gevlogen. Fargot hoorden ze licht snurken in de donkere kamer op de benedenverdieping, dat deed hij altijd als hij te veel had gedronken. Hannelore wist wat haar te doen stond en ging boven met een emmer en dweil in de weer. 

Tegen tien uur ’s avonds hoorde ze het Profetenpaar thuiskomen en de trap weer opgaan. Even later kraakte de intercom. De deur van de bijkeuken stond nog open zodat iedereen mee kon luisteren, in stereo, van boven aan de trap en door de intercom: 
‘Ruma, Ruma, waar denk je dat je mee bezig bent? Waar zit je toch met je gedachten?’  
Hannelore was zich van geen kwaad bewust.  
‘Je bent gemakzuchtig. Herhalen naar de groep en boven komen, zo spreekt de Here der Heerscharen.’ 

Hannelore herhaalde de woorden exact zoals ze gehoord had tegen de andere zusters en spoedde zich naar de keuken. Daar voerde Aïda het woord, terwijl Jusaiah vanuit de stoel toe keek. 
‘Roempje, Roempje.’  
Hannelore had de pest aan die zogenaamde koosnaam. Het voelde denigrerend en vernederend. Aïda ging verder alsof ze tegen een klein kind aan het praten was: 
‘Je hebt de dweil in de Profetenbadkamer laten liggen. Wat denk je wel niet. De Here in de weg staan, is dat wat je wilt? Dat bedoel ik dus met gemakzuchtig, die sloomheid moet eruit. Twee dagen geen eten, eens kijken of dat je alerter maakt. Zo spreekt de Here.’ 

Hannelore nam de dweil mee naar beneden en verweet zichzelf haar eigen onoplettendheid. Twee weken lang was ze lucht voor de Profeet.  
Op haar favoriete plekje op het muurtje zat ze dagenlang weg te dromen en te bidden. Het spel van de Profeet was als het plukken van de blaadjes van een madeliefje: hij houdt wel van me, hij houdt niet van me, wel van me, niet van me. 

Boekgegevens

Frank Krake, Hannelore. Het meisje uit de sekte, Uitgeverij Achtbaan, 480 pagina’s (€ 22,99)

www.uitgeverijachtbaan.nl 

Berichten gemaakt 5330

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven