Boekfragment: De geliefden van Allerheiligen

De geliefden van Allerheiligen van een van de meest originele en getalenteerde Latijns-Amerikaanse auteurs, Juan Gabriel Vásquez, is een bijzondere en intense verhalenbundel over de valkuilen van relaties, liefde en eenzaamheid. Pijnlijk triest en hypnotiserend mooi geschreven.

Het pad was modderig door de vers gevallen regen. Ik voelde hetzelfde plezier als altijd, het plezier om vanuit een open landschap dat uitzag over de stenen huizen van Modave, langzaam maar zeker via hetzelfde pad de mosterdvelden in te lopen, tussen de lange stelen met gele bloemen door waar ik als kind in verdwaalde. ’s Middags jagen was anders. ’s Ochtends had je grote groepen oudere jagers, met hun onvermijdelijke rituelen en vormelijkheden. ’s Middags ging het daar niet om. Dan ging je jagen om de frisse buitenlucht op te snuiven, om de stilte te horen en de eenzaamheid en koelte tussen de bomen te ervaren. Pierre liep voorop. De honden draafden een paar meter voor ons uit, bleven even op ons wachten en draafden weer verder. Michelle zag er beeldschoon uit. Boven de ribfluwelen kraag van haar jas verschoten haar haren steeds weer van kleur. De hemel was één grote, egale, rookachtige wolk. Achter Michelle vormden de bloemstelen een bijna homogene muur langs het pad. Boven ons vloog een zwerm zwarte eenden over, te hoog.
‘Wat heb je bij je?’ vroeg Pierre. Ik liet hem mijn geweerloop zien. De eenden waren buiten ons bereik. ‘Maakt niet uit. Het wordt een prima dag,’ zei Pierre. ‘Dit belooft al veel goeds voor wat we straks in het bos kunnen tegenkomen.’ Pierre was bijgelovig. Hij droeg tijdens de jacht altijd dezelfde sokken en was ervan overtuigd dat de eerste momenten bepalend waren voor de rest van de dag. De honden waren dol op hem. Ze trippelden aan zijn zijde, niet aan de mijne. Dat zei ik tegen Michelle, en ze glimlachte. Gedurende een minuut of tien liepen we zwijgend verder. Het landschap om ons heen veranderde en toen we voorbij het erf van de familie Moré waren, staken we het veld over naar de bossen. Pierre splitste zich van ons af. ‘Waar ga je heen?’ vroeg Michelle. ‘Hij loopt om het bos heen om vanaf de andere kant de dieren op te jagen.’ ‘In onze richting?’ ‘In onze richting,’ zei ik. ‘Ik wil met je praten,’ zei Michelle. ‘Laten we dat dan nu doen,’ zei ik voor de grap. ‘In de bossen moeten we stil zijn.’ ‘Ik voel me raar. Ik heb het koud.’ ‘In het bos is het minder koud, let maar op. Er staat geen wind.’ ‘Gaan we uit elkaar?’ Ik gaf geen antwoord. De voren in de vochtige aarde eisten al mijn aandacht op; een jager kon er zomaar misstappen en zijn enkel breken. ‘Dat zou inderdaad beter zijn,’ zei Michelle. ‘We doen elkaar pijn. Maar ik zou weleens willen weten hoe jij erover denkt. Ik weet niet wat jij denkt, dat zou ik graag eens van je horen.’ Gelukkig kwamen we op dat moment aan de rand van het bos en kon ik met een vinger op mijn lippen Michelle tot stilte manen. Ik boog naar haar gezicht, zo dicht dat haar rossige haar tegen mijn lippen kriebelde, en sprak haar heel zachtjes toe.
‘Vanaf hier moeten we doodstil zijn. Niet praten, niet struikelen, heel voorzichtig ademhalen.’

Boekgegevens

Juan Gabriel Vásquez, De geliefden Van Allerheiligen, Uitgeverij Signatuur, 244 pagina’s, ISBN 9789056725662 (€ 19,99)

Dit boekfragment verscheen eerder in de Boekenkrant, editie 1 oktober 2018.

Berichten gemaakt 5329

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven